Binnen Mongolië

provincie/binnen-mongolië

Dominicus

 

Met dank aan Dominicus en Inge Jansen voor de teksten bij de provincies.
Dominicus reisgidsen staan voor kwaliteit, betrouwbaarheid en een nieuwsgierige blik op de wereld. Een samenwerking tussen Discover China en Dominicus ligt dan ook voor de hand: onze organisaties hebben eenzelfde doel voor ogen, mensen op een prettige manier kennis laten maken met een voor hen misschien onbekend land. De nieuwe website van Discover China vormt een uitstekend uitgangspunt voor een onvergetelijke bezoek naar China, na een blik op deze site is je reis eigenlijk al begonnen...

Meer lezen uit de Dominicus China? Bestel deze gids hier

Binnen Mongolië

binnen_mongolieBinnen-Mongolië (Nei Menggu), dat grenst aan de Volksrepubliek Mongolië, is met 1,2 miljoen km2 na Xinjiang Uighur en Tibet het grootste autonome gebied van China. Het bestaat grotendeels uit een hoogvlakte (11002000 m) met weidegronden. Door het westen stroomt de Gele Rivier.

Het klimaat is overwegend droog en koel. Koude noordenwinden vanuit de Siberische steppen veroorzaken strenge winters, en zelfs in de zomer kan het in de ochtenden en avonden bitterkoud zijn. Overdag worden dan wel hoge temperaturen bereikt. De steppen zijn in de zomer bedekt met tapijten van rode, gele, paarse en blauwe wilde bloemen. In lente en herfst wordt het gebied geteisterd door zandstormen. Regen valt er voornamelijk tijdens de overgang van zomer naar herfst. Van mei tot september trekken kudden koeien, schapen, geiten en kamelen over de uitgestrekte weidegronden.

Binnen-Mongolië heeft ruim 20 miljoen inwoners, waarvan ca. 2,9 miljoen Mongolen. De 17 miljoen Han-Chinezen wonen voornamelijk in Hohhot en Baotou. Verder wonen er groepen Hui, Manzu, Daur en Ewenki.

Bevolkingenbinnen-Mongolië

naadamMiddelen van bestaan
Het belangrijkste middel van bestaan is veeteelt. De vroegere nomaden wonen nu grotendeels op vaste plaatsen op de graslanden in joerten
(B p. 148-149) en soms in gewone huizen. De beste landbouwgrond ligt ten westen van Baotou, met als belangrijkste gewassen tarwe, sorghum, rijst, maïs, aardappelen en suikerbieten. In en bij de steden is de industrie in opkomst. Binnen-Mongolië is rijk aan mineralen als steenkool, ijzer, koper, aluminium, zink, goud, zilver enz. Rond Baotou zijn de grootste steenkool- en ijzermijnen.

Graslanden
De meeste buitenlandse bezoekers komen naar Binnen-Mongolië om het nomadische bestaan van de herders van dichtbij mee te maken. De modeljoerten voor de buitenlandse gasten bevinden zich in de permanente winterdorpen van de herders en geven slechts ten dele een goed beeld van het traditionele nomadenbestaan op de steppen. ’s Zomers verblijven de nomaden op de hoger gelegen weidegronden. Zij voeren een semi-nomadisch bestaan.

Naadam
Naadam, het grootste Mongoolse (herfst)feest, is ontstaan uit een religieus festival. Tegenwoordig is het vooral een grote jaarmarkt, waarbij wedstrijden in traditionele Mongoolse sporten als paardrijden, worstelen en boogschieten worden gehouden. In de Volksrepubliek Mongolië wordt dit feest gehouden op de nationale feestdag (
11 juli), in Binnen-Mongolië houdt men zich aan de traditionele kalender. Meestal vindt het feest hier half augustus plaats.

hohhotHoofdstad HoHot
Hohhot (‘Blauwe Stad’), sinds
1952 hoofdstad van Binnen-Mongolië, ligt op de Tumetvlakte aan de zuidelijke rand van de Gobi-woestijn en ten zuiden van het Daqinggebergte. Hohhot werd in 1581 gesticht door de nomadische Tumets. Keizer Kangxi (16611722) veroverde Mongolië en stichtte, om de grens te verdedigen, naast de stad Tumet de garnizoensstad Guihua. In de eerste helft van deze eeuw werden de twee steden samengevoegd. Vanaf 1949 werd de oorspronkelijke Mongoolse naam Hohhot aan het gehele gebied gegeven.

Bezienswaardigheden in Hohot
Museum van Binnen-Mongolië

Dit museum, met op het dak een beeld van een steigerend paard, is gericht op paleontologie, historische voorwerpen van de Xia-dynastie (
21ste–16de eeuw v.Chr.) tot de Yuan-dynastie (12801368), relieken van plaatselijke minderheidsvolkeren en de Mongoolse geschiedenis van de 20ste eeuw. U ziet er onder meer het skelet van een enorme mammoet en nagebouwde skeletten van dinosauriërs. Op video kunt u diverse producties bewonderen, van Jurassic Park ii tot de ceremonie tijdens de opening van het museum. De verklaringen zijn meestal in het Chinees en Mongools, een enkele keer in het Engels. De meeste zalen zijn vrij slecht verlich

Grote Moskee
De Grote Moskee, de grootste van de vier moskeeën in Hohhot, ligt ten noorden van de Dazhao-tempel aan de Tongdao Nan Jie. Zij werd gebouwd in
1693 en in 1789 uitgebreid tot haar huidige omvang. De minaret werd pas in 1940 voltooid. De hoofdzaal kan ruim 500 gelovigen herbergen.

Vogeltjesmarkt
Op deze kleine markt worden vogeltjes in allerlei soorten verkocht, van felgekleurd tot saaibruin maar mooi fluitend. Daarnaast zijn er vogelkooitjes, schildpadden, poezen, honden, konijnen en egels te koop. Verder zitten hier een paar souvenir- en antiekwinkeltjes. De markt wordt de hele dag gehouden, maar is het leukste in de ochtend. De markt is vlak bij de Grote Moskee, in een straatje (Binhe Lu) ten westen van de Tongdao Nan Jie.

Vijf-pagodentempel
Van het oorspronkelijke
18de-eeuwse kloostercomplex in Tibetaans-Indiase stijl zijn slechts de stoepa Vajra Sharii Suburga en een 8,8 m hoge fundering overgebleven, met er bovenop vijf pagoden; die zijn ruim 6,5 m hoog. De basis (zeven verdiepingen) heeft boeddhabeelden. De fundering heeft boeddhabeelden en graveringen in Mongools, Tibetaans en Sanskriet. Aan de achterkant zijn drie marmeren platen, waarvan één een sterrenkaart voorstelt met Mongoolse inscripties.

binnen_mongolieDazhao-klooster
Het Dazhao-klooster van de geelkap-sekte ligt in het zuiden van de stad, in een zijstraat ten westen van de Da Nan Jie. Het klooster werd in
1567 gesticht in opdracht van de Mongoolse vorst Althan Chan. Tijdens de Culturele Revolutie werd het als kledingfabriek gebruikt; nu is het gerestaureerd. Dit is de oudste Lamatempel in Binnen-Mongolië. De Grote Zaal, een massief gebouw van twee verdiepingen met een dak in Chinese stijl, wordt verdeeld in een Gebeds- en Boeddhazaal. In het gebedsgedeelte zit tijdens de gebeden aan de linkerkant de hoogste Lama van de tempel. De centrale zetel is gereserveerd voor de Dalai Lama, de Panchen Lama, of de keizer. Aan weerskanten van de zaal staan de volledige 108 delen van de Tibetaanse canon. Hiervan zijn er slechts drie in geheel China. In de Boeddhazaal zit in het midden ­Sakyamuni, links Tsong Khapa, de stichter van de geelkap-sekte. Langs de muren staan de acht krijgers van Boeddha. De Geschriftenzaal is aan het einde van een enorme binnenplaats met grote bronzen vazen en leeuwen.

Xilituzhao-klooster
Dit klooster in Chinees-Tibetaanse stijl ligt tegenover het Dazhao-klooster, in een zijstraat ten oosten van de Da Nan Jie.

De Grote Zaal van de Soetra’s dateert uit de Ming-dynastie. Het dak, in Tibetaanse stijl, is bedekt met kleine klokken, bronzen dieren en in de hoeken draken en wolken. Het klooster heeft een grote houten poort uit de Ming-dynastie (13681644) met inscripties in het Mongools. Dichtbij staat de beroemde, witte Twee-Orenpagode. Deze stoepa is de grootste in Binnen-Mongolië. Oorspronkelijk werd het Xilituzhao-klooster in de 17de eeuw gesticht door de derde Dalai Lama om het Tibetaans boeddhisme in Mongolië te verspreiden. Hij stierf hier ook. Zijn opvolger, de vierde Dalai Lama, was een Mongool. De Levende Boeddha van deze tempel, benoemd door de derde Dalai Lama, is zijn vijftiende incarnatie.

Bij de ingang staan twee klokkentorens die op vertoon van het toegangskaartje beklommen kunnen worden. Ook de achterste hal, met wisselende tentoonstellingen, kan alleen worden betreden op vertoon van het kaartje.

grassland_mongolieDe graslanden
De meeste toeristen komen naar Hohhot om de nabijgelegen graslanden te bezoeken. Wie denkt tijdens zo’n bezoek het echte Mongolië te leren kennen, zal bedrogen uitkomen. Een bezoek aan de graslanden is alleen mogelijk via door cits georganiseerde excursies, die erg toeristisch zijn en behoorlijk prijzig. citS biedt trips aan naar drie gebieden:
Xilamuren, Gegentala en Huitengxile, op respectievelijk 80, 170 en 120 km van Hohhot. Alleen Xilamuren kan in één dag worden bezocht. Onderweg wordt meestal gestopt bij een Mongoolse nederzetting. Bij een bezoek aan de andere gebieden wordt in joerten overnacht, waarbij Huitengxile mooier maar primitiever is dan Gegentala. De joertencomplexen zijn verspreid over de gebieden en variëren van eenvoudige nederzettingen (maar vaak voorzien van een kleine disco en karaokemogelijkheden) tot gigantische complexen die nog het meest weg hebben van een vakantiedorp. Dikwijls is een traditionele worstelshow bij de prijs inbegrepen, en in het weekend worden soms speciaal voor toeristen paardenraces gehouden. De beste tijd voor een bezoek is de zomer. Dan zijn de uitgestrekte vlaktes groen en begroeid met wilde bloemen. In de overige seizoenen zijn ze, hoewel ook dan indrukwekkend door hun uitgestrektheid, kaal en dor. Neem wel altijd warme kleding mee, want het kan heel hard waaien en ’s avonds behoorlijk afkoelen.

Baotou
Baotou, de grootste stad van Binnen-Mongolië (
1,7 miljoen inwoners) staat bekend als de ‘staalstad van de graslanden’. De stad ligt op 1000 m tussen de Daqing-bergen in het noorden en de Gele Rivier in het zuiden. De bevolking bestaat voor 90 procent uit Han-Chinezen, 2,5 procent uit Mongolen en 7,5 procent uit 21 verschillende minderheden.

Geschiedenis
In de
16de eeuw kreeg dit gebied de Mongoolse naam Baoketoe (Land met Rendieren). Baotou is het enige belangrijke industriële centrum van Binnen-Mongolië. In de 20ste eeuw werd de stad door een spoorlijn verbonden met Bei­jing in het oosten en Lanzhou in het westen, wat de economische ontwikkeling ten goede kwam. Zware industrieën zijn voornamelijk ijzer, staal en steenkool. Lichte industrieën zijn textiel, tapijten, leer en huiden. Rondom de stad worden vooral groenten verbouwd.

De stad zou na 1949 met Russische hulp worden uitgebreid, maar al gauw verslechterde de Russisch-Chinese relatie en vertrokken de Russen met al hun plannen. Daarna is Baotou verder ontwikkeld door Chinese stadsontwikkelaars.

baotouBezienswaardigheden in Baotou en omgeving
Baotou bestaat uit een westelijk deel en een oostelijk deel. Het westelijke deel is onderverdeeld in het industriegebied Kundulun en het woongebied Qingshan. De meeste toeristen verblijven in het oostelijke deel, Donghe genaamd. De drie stadsgedeelten vormen een driehoek en zijn door lange, rechte wegen met elkaar verbonden. De meeste bezienswaardigheden liggen buiten Baotou.

Stoomlocomotievenmuseum
Dit kleine stoomlocomotievenmuseum ligt in het westen van de stad. Rond Baotou rijden nog altijd stoomtreinen. Daarbij zijn exemplaren die in de jaren twintig in Nederland zijn gemaakt, vooroorlogse Japanse en diverse Chinese stoomtreine.

Huang-He-Bruggen
Over de Gele Rivier ten zuiden van Baotou loopt zowel een verkeersbrug als een treinbrug. Het monument bij de verkeersbrug stelt een vrouw (de Gele Rivier) met een kind (het Chinese volk) voor: het symbool van de Gele Rivier als de bakermat van China.

Wudangklooster
Het Wudangklooster (Tempel van de Wilgenboom) in Tibetaanse stijl ligt
70 km ten noordoosten van Baotou, aan de voet van de Daqing-bergen. De tocht erheen voert door het mijnbouwdistrict van Baotou en door het typisch Mongoolse steppelandschap. Het Tibetaans-boeddhistische klooster, in 1736 gebouwd, behoort tot de grootste en best bewaarde heiligdommen van Binnen-Mongolië. Na te zijn verwoest, werd het in 1749 opgebouwd en uitgebreid door keizer Qianlong. Destijds zouden er meer dan 1000 monniken van de Tibetaanse geelkap-sekte hebben gewoond, nu nog 30. De ramen van de grotendeels uit twee verdiepingen bestaande gebouwen zijn beneden breder dan boven; de platte daken zijn kenmerkend voor de Tibetaanse architectuur. Verschillende hallen kunnen worden bezichtigd. De muurschilderingen in de hoofdzalen zijn 200 jaar oud, maar hebben hun fraaie kleuren behouden. De hoofdgebouwen bestaan uit zes tempels, drie gebouwen voor de Levende Boeddha’s en de Suporgai Tombe, een herdenkingshal voor de Levende Boeddha’s. Bij de meer dan 50 andere gebouwen behoren de woonverblijven van de monniken.

In het Wudangklooster wordt de boeddhistische traditie van festivals en ceremonieën nog in ere gehouden.

mausoleum_van_djenghiz_khanMausoleum van Djenghiz Khan
De grote Mongoolse heerser Djenghiz Khan, beschouwd als de grondlegger van het Mongoolse rijk (
B p. 144-145), werd in 1227 tijdens een veldtocht voor de verovering van China ziek en stierf in het gewest Qingshui. Hij werd begraven in een mausoleum op het Ordosplateau (120 km ten zuiden van Baotou). De plaats staat bekend als Ejenhoro (Rustplaats van de Meester). Het gehele mausoleumcomplex beslaat 1500 m2. Het hoofdcomplex bestaat uit drie achthoekige, met elkaar verbonden gebouwen in de vorm van traditionele Mongoolse nomadententen (joerten). Hun gouden pieken zijn ingelegd met blauw geglazuurde tegels in de vorm van wolken, de dakranden zijn gemaakt van geglazuurde tegels. In de centrale hal staat een 5 m hoog beeld van Djenghiz Khan, langs de wanden zijn gebeurtenissen uit zijn leven afgebeeld. In de herdenkingszaal ligt op een altaar een sabel van Djenghiz Khan. In de achterste dodenkamer staan in vier joerten van geel satijn de sarcofagen van Djenghiz Khan, zijn drie vrouwen en die van zijn kleinzoon Kuyuk en diens vrouw. Volgens overlevering zou Djenghiz Khan inderdaad hier begraven zijn, volgens andere bronnen zou de grootvorst naar oud Mongools gebruik in de steppen zijn begraven. Dat graf is nooit ontdekt. Om te voorkomen dat het mausoleum tijdens de anti-Japanse oorlog geplunderd zou worden, werd de kist vanaf 1939 enkele malen verplaatst, maar in 1954 naar deze plek teruggebracht. In 1987 werd het mausoleum, ter gelegenheid van de 40ste verjaardag van Binnen-Mongolië als autonoom gebied, gerenoveerd. De graftombe van Djenghiz Khan is jaarlijks het middelpunt van tal van traditionele feesten. Elk voorjaar wordt dicht bij de tombe een suluding gehouden: jonge Mongoolse mannen tonen hun kracht en vaardigheid bij het worstelen, speerwerpen en paardrijden. Bij het mausoleum staat een klein museum met een tentoonstelling over de levenswijze van de Mongolen in de tijd van Djenghiz Khan.

Zhao Grote Muur
Het stuk muur ten noorden van de stad, aan de weg naar het Wudangklooster, behoort tot het oudste gedeelte van de Chinese Grote Muur. Het is ca.
300 v.Chr. gebouwd door koning Wuling van het Zhao-koninkrijk.

Qin Grote Muur
Het stuk muur ten noorden van de Zhao Grote Muur werd gebouwd in
214 v.Chr. door de beroemde eerste keizer van de Qin (B p. 126). In de vlakte bestond de muur uit een aarden wal, op de bergpassen was hij van steen.

Gobiwoestijn
Ongeveer
45 km van Baotou, aan de andere zijde van de Gele Rivier, begint de Gobiwoestijn. In een gedeelte van de zandduinen (40 m hoog, 30 m breed) is, als u langs de helling loopt en het (vuile) zand krachtig vooruit duwt, een laag geluid hoorbaar, vandaar de naam ‘Geluidmakend Zand’. Volgens wetenschappers bevat het zand hier zulke hoge concentraties metaal, dat het veel lawaai maakt wanneer men erdoorheen loopt. Het wrijven van de fijne zanddeeltjes veroorzaakt bovendien statische elektriciteit.

Reizen door deze provincie