Gansu

Dominicus

 

Met dank aan Dominicus en Inge Jansen voor de teksten bij de provincies.
Dominicus reisgidsen staan voor kwaliteit, betrouwbaarheid en een nieuwsgierige blik op de wereld. Een samenwerking tussen Discover China en Dominicus ligt dan ook voor de hand: onze organisaties hebben eenzelfde doel voor ogen, mensen op een prettige manier kennis laten maken met een voor hen misschien onbekend land. De nieuwe website van Discover China vormt een uitstekend uitgangspunt voor een onvergetelijke bezoek naar China, na een blik op deze site is je reis eigenlijk al begonnen...

Meer lezen uit de Dominicus China? Bestel deze gids hier

Gansu

Authentiek en teruggetrokken bevindt de Gansu provincie zich in het hart van de Zijde Route. Legendarisch om z'n historie bevinden zich hier een aantal van de mooiste boeddhistische vondsten ter wereld. Deze kunstwerken zijn te vinden in het Mogao grottencomplex bij Dunhuang. In het zuiden bij het fort van Jiayuguan eindigt de Grote Muur.

lanzhouHoofdstad Lanzhou
Lanzhou heeft ruim
1,4 miljoen inwoners (35 km lang, 5 km breed) en is de hoofdstad van de provincie Gansu. Het ligt op ca. 1500 m aan de bovenloop van de Gele Rivier. De stad wordt beschermd door heuvels en bergen aan weerskanten van de rivier. De winters zijn er koud en droog, de zomers warm.

Zo’n 2000 jaar geleden was Lanzhou een belangrijke stopplaats voor de karavanen langs de Zijderoute. De vestingstad deed ook dienst als garnizoensstad en transportcentrum en was in de Tweede Wereldoorlog een bevoorradingsdepot in de strijd tegen de Japanse bezetters. Lanzhou, dat zijn huidige naam in 581 kreeg, heette eerst Jincheng (Goudstad), naar het hier gevonden goud. Sinds 1949 is Lanzhou een belangrijk spoorweg- en wegenkruispunt en een moderne industriestad, met brede boulevards. Rondom de stad worden tarwe, gierst, tabak en sorghum verbouwd. Beroemd zijn de abrikozen en honingmeloenen uit dit gebied.

Bezienswaardigheden
Lanzhou heeft een grote
moslimgemeenschap. In het centrum zijn kleine markten, moslimeethuizen en winkeltjes. Het is leuk wandelen door deze buurt. Op straat is yoghurt in flesjes te koop en overal is Acht-Schattenthee te verkrijgen, een speciale thee met acht verschillende ingrediënten, waaronder grote brokken suiker.

In het noorden van de stad ligt langs de Gele Rivier de Baita Shan (Berg van de Witte Pagode), vlak bij de IJzeren Brug over de Gele Rivier. Bovenop de berg staan enkele paviljoens, met onder andere de achthoekige Witte Pagode. Deze pagode is 70 m hoog, heeft zeven verdiepingen en is gebouwd in Indiaas-boeddhistische stijl. Op de heuvel zijn verschillende theepaviljoens waar het in een luie ligstoel goed toeven is met een kop Acht-Schattenthee.

Provinciaal Museum
In het noordwesten van de stad ligt het Gansu Provinciaal Museum (shevng bówùguan), waar voorwerpen van vroegere Chinese culturen zijn tentoongesteld. Het herbergt onder andere een van China’s bekendste archeologische vondsten, het ‘Vliegende Paard van Gansu’ (2de eeuw), dat in 1969 in het nabijgelegen Wuwei werd ontdekt. Verder zijn er mammoetskeletten, opgegraven in 1973, en een reconstructie van een tombe uit de Han-dynastie met enkele fraaie, primitieve muurschilderingen.

binglingDuizend-Boeddhagrotten
De belangrijkste bezienswaardigheid van Lanzhou zijn de Binglingsi-­grotten, ook wel Duizend-Boeddhagrotten genoemd, op 56 kilometer afstand. Deze vroeg-boeddhistische grotten zijn uitgehouwen in een 60 m hoge steile rotswand bij een stuwmeer in de Gele Rivier. Er zijn zo’n 185 grotten en niches waarin boeddhistische afbeeldingen zijn uitgehakt. De vroegste beelden dateren uit de Noordelijke Wei-dynastie (513 n.Chr.), de jongste beelden werden nog in de 19de eeuw toegevoegd. De meeste sculpturen zijn uit de Tang-dynastie (618907), zoals waarschijnlijk ook de in de rotswand uitgehakte, 27 m hoge boeddha. Via trappen en houten galerijen is het mogelijk de grotten te bezoeken. De grotten zijn in goede staat gebleven, voornamelijk doordat zij in de vergetelheid waren geraakt en pas in 1952 werden herontdekt. De grotten kunnen alleen worden bezocht indien er genoeg water in de Gele Rivier en in het stuwmeer staat. De meeste kans hierop is in de maanden oktober en november. Check dus altijd goed van tevoren of u de grotten wel kunt bereiken. Na een busrit van 2,5 uur vanuit Lan­zhou door een schitterend landschap naar de Liujiaxia hydro-elektrische dam (de op een na grootste dam van China), vaart er een veerboot in 3 uur vanaf de dam langs de Hung-kloof en legt direct onder de grotten aan.


Xiahe
Xiahe ligt niet direct aan de Zijderoute, maar
240 km ten zuidwesten van Lan­zhou. De dorpen onderweg van Lan­zhou naar Xiahe zijn overwegend islamitisch. De vrouwen dragen hier witte kapjes, vaak bedekt met zwart of groen kant, afhankelijk van hun huwelijkse status. Bijna elk dorp heeft een moskee. Onderweg wordt er meestal gestopt in het stadje Linxia (op 2500 m, 70.000 inwoners). Rondom het marktplein zijn winkels, een warenhuis en straatjes met stalletjes, markten en een moskee. Na Linxia verandert de cultuur langzaamaan van islamitisch naar Tibetaans.

Xiahe (13.000 inwoners), op 2920 maan de Daxia-rivier, is eigenlijk niet veel meer dan een lange hoofdstraat. In het oostelijke deel van de stad wonen voornamelijk Hui (Chinese moslims) en Han-Chinezen. Hier zijn veel theehuisjes, restaurantjes en winkeltjes, veelal gedreven door de Hui. In het westelijke deel wonen voornamelijk Tibetanen. De scheidingslijn ligt halverwege, bij het Tibetaanse Labrangklooster, de belangrijkste bezienswaardigheid van Xiahe.

labrangLabrangklooster
Het Labrangklooster, één van de zes grote Tibetaanse kloosters van China, is het belangrijkste Tibetaanse klooster buiten Tibet. Het klooster werd in
1709 gesticht door E’angzongzhe, een ‘Levende Boeddha’, afkomstig uit het naburige Ganjia.

Vóór 1949 woonden hier 3000 monniken van de Tibetaanse, boeddhistische geelkap-sekte. Dit aantal nam de laatste decennia sterk af. In het bijzonder tijdens de Culturele Revolutie werden de gebouwen en de kunstschatten op grote schaal verwoest en werden de monniken gedwongen een andere levensvervulling te zoeken. Tegenwoordig zijn de gebouwen grotendeels hersteld en wonen er weer zo’n duizend monniken, voornamelijk afkomstig uit Qinghai, Gansu, Sichuan en Binnen-Mongolië. Ze variëren in leeftijd van 5 tot 95 jaar. De monniken leiden een actief kloosterleven met dagelijkse activiteiten zoals mediteren, musiceren, het maken van thangka-­rolschilderingen enzovoort. Tijdens het middaguur houden de monniken debatten rondom het klooster, anderen oefenen op muziekinstrumenten.

In het klooster bevinden zich meer dan 60.000 boeddhabeelden en een grote verzameling boeddhistische geschriften en wetenschappelijke werken. Er is ook een drukkerij, waar gebedenboeken worden gedrukt. In het Boterbloemhuis zijn op hout bloemen en afbeeldingen van boeddha’s gemaakt van jak-, schapen- en geitenboter.

Het klooster bevat vijf colleges: Esoterisch Boeddhisme, Hogere en Lagere College van Theologie, Medicijnen en Wetten. De tempelhallen zijn schemerig en worden verlicht door kaarsen die branden op scherp geurende jakboter. In 1985 woedde er een grote brand in het instituut van het Esoterisch Boeddhisme. Talrijke kostbare relikwieën gingen in vlammen op. De hal werd in de jaren negentig weer geheel opgebouwd.

labrangMinstens zo intrigerend als het klooster en zijn bewoners zijn de honderden pelgrims die dagelijks van heinde en verre toestromen, in hun beste kleding. Vooral de vrouwen zien er schitterend uit. Onder donkere gewaden afgezet met een band van felle kleuren, dragen zij felgekleurde kleding. Hun lange zwarte haren dragen zij in vlechten, die aan de uiteinden aan elkaar zijn gebonden. Zij hebben schitterende sieraden van goud en kostbare stenen als turkoois en koraal.

Alle pelgrims volgen de 3 km lange pelgrimsroute die om het klooster heenloopt. Langs de route staan in lange, laag gebouwde hallen honderden gebedsmolens, onderbroken door af en toe een grote hal, met daarin enorme gebedsmolens. Het is de bedoeling dat de pelgrim, terwijl hij de route met de klok mee volgt, alle molens een keer aan het draaien brengt. Dit brengt geluk. Sommigen laten zich steeds op de knieën vallen, strekken zich dan uit over de grond en staan dan weer op om zich opnieuw te laten vallen.

MONLAM FESTIVAL. Drie dagen na het Tibetaanse nieuwjaar (februari/begin maart), duurt een aantal dagen, grote thangka wordt dan uitgehangen, religieuze dansen en botersculpturenshow.

 Op zo’n 7 kilometer stroomopwaarts van Xiahe liggen de Sangke-graslanden (sa-ngke- caoyuán), die per fiets zijn te bereiken. De tocht begint met een behoorlijke klim tot aan een stuwmeer. Voorbij het meer beginnen de graslanden. Tijdens festivals zetten de pelgrims hier hun tenten op. Verder bieden de heuvels in de omgeving een goede wandelgelegenheid. Het is aan te raden wat stenen op voorraad te hebben of een flinke stok, aangezien in deze omgeving wilde honden rondlopen.

Vanaf Lanzhou loopt de Zijderoute verder via Jiehebe, Yongchang en Zhangye naar Jiuquan en Jiayuguan.

jiuquanJiuquan
Opgravingen in Jiuquan (Wijnbron,
270.000 inwoners), een van de belangrijkste steden in de Gansu Corridor, hebben aangetoond dat het gebied reeds 5000 jaar geleden werd bewoond. In de tweede helft van de Han-dynastie (206 v.Chr.–220 n.Chr.) werd Jiuquan een bestuurlijke en militaire buitenpost. In 1226 nam de Mongoolse keizer Djenghiz Khan het gehele gebied in. Jiuquan werd ook door Marco Polo bezocht (B p. 181). In de 19de eeuw vernietigden moslimrebellen tal van klassieke gebouwen en tempels. In 1873 werd de stad door de Chinezen ingenomen. Hoewel de huidige bevolking grotendeels uit Han-­Chinezen bestaat, is de invloed van de moslims nog duidelijk merkbaar.

De stad heeft weinig bezienswaardigheden. In het centrum staat de klokken­toren. Deze diende eerst als uitkijktoren boven de oostelijke stadspoort, maar ligt nu, door de uitbreiding van de stad, in het centrum. De huidige toren stamt uit 1905.

Het stadje heeft verder nog een klein museum, waar archeologische vondsten uit de omgeving worden tentoongesteld. Het museum ligt in het oosten van de stad, aan de Gongyuan Lu en is gesloten op zaterdag.

Jiayuguan
Ongeveer
32 km ten westen van Jiuquan ligt Jiayuguan, aan de spoorlijn tussen Ürümqi en Lanzhou. Jiayuguan (100.000 inwoners), bestaat voornamelijk uit woonblokken met fabrieken. Sinds de Ming-dynastie, toen het stadje een Han-Chinese buitenpost was, wordt Jiayuguan algemeen aangewezen als het meest westelijke punt van de Grote Muur. De stad zelf heeft weinig bezienswaardigheden. Het Museum van de Grote Muur (chángchéng bówùguan) geeft een overzicht van de loop en geschiedenis van de Grote Muur door de eeuwen heen.

jiayuguanFort Jiayu
Dit fort,
5 km ten westen van Jiayuguan, is de belangrijkste bezienswaardigheid van Jiayuguan. Het uit 1372 daterende fort werd door de Chinezen Onneembare Pas onder de Hemel genoemd, en moest de Jiayu-pas tussen de Qilianbergen en de Zwarte Bergen van de Mazongketen bewaken tegen aanvallen uit het noordwesten van China. De buitenmuur heeft een omvang van ca. 733 m en is bijna 10 m hoog. Aan de oost- en westzijde bevindt zich een poort, met 17 m hoge torens.

Ongeveer 10 km ten noorden van het fort is nog een gerenoveerd gedeelte van de Grote Muur uit 1539 te bezichtigen. Dit was ten tijde van de Ming-dynastie het meest westelijke deel van de Grote Muur.

Dunhuang
Dunhuang (‘Oplichtend Baken’), een oase in de noordwestelijke woestijncorridor van de provincie Gansu, is een
2000 jaar oude karavaanstad en was een van de belangrijkste pleisterplaatsen op de Zijderoute. Vanuit Dunhuang splitste de zijderoute zich in de noordelijke route en de zuidelijke route, die om de ­Taklamakan-woestijn heenliepen en weer samenkwamen in Kashgar. Het was dan ook een belangrijke handelsstad. Tegenwoordig wordt Dunhuang hoofdzakelijk bezocht om de beroemde Mogao-grotten, het meest complete en minst beschadigde grottencomplex in heel China, met boeddhistische wandschilderingen en beeldhouwwerken.

De stad is niet groot en alles kunt u te voet of per fiets afleggen. Vanuit de rotonde in het centrum strekt zich van noord naar zuid de Shazhou Lu uit, met daaraan onder andere het postkantoor. Van west naar oost loopt de Yangguan Lu, met hotels, politiebureau en bank. Het stadje heeft talrijke restaurants, waarvan enkele zich op de westerse toerist richten, zoals Shirley’s Café en Charlie Johng’s Café.

Museum van Dunhuang
Dit kleine museum aan de Yangguan Donglu in het noordoosten van het stadje neemt de Grote Muur in Dunhuang onder de loep en toont archeologische vondsten uit Dunhuang en omgeving. Nergens is een vertaling in het Engels en er zijn bijna evenveel zalen waar souvenirs worden verkocht als expositieruimten.

dunhuang_grottenMogao-grotten
Deze grotten,
25 km ten zuidoosten van Dunhuang, zijn de oudste boeddhistische heiligdommen in China. Ze liggen in een groen rivierdal tussen de Sanwei- en de Mingshabergen en bestrijken een 3 km lang gebied.

Volgens een inscriptie uit de Tang-dynastie werd in 366 met beeldhouwen begonnen door de monnik Yue Zun, die door het gebied reisde en een visioen van 1000 gouden boeddha’s had. De grotten staan daarom ook wel bekend onder de naam ‘Duizend boeddha-grotten’. In de volgende 1000 jaar werden honderden grotten gehakt in de diepe, 1600 m hoge zandstenen kliffen, die tot 1036 werden bewoond door monniken. De grotten werden uitgehakt als dank voor een veilige thuiskomst of als wens voor een behouden reis door de barre en droge woestijn, waarin menigeen voorgoed verdween.

In de 14de eeuw werden de Mogao-grotten verlaten. In 1900 werden ze bij toeval weer ontdekt door de taoïstische monnik Wang Yuanlu die een hongersnood in de provincie Hebei was ontvlucht. Hij stootte op een verborgen kloosterbibliotheek, een kostbare verzameling handschilderingen, documenten, borduurwerk, muurschilderingen en soetra’s die door de monniken waren achtergelaten. Omdat de Chinese regering weinig belangstelling toonde, verkocht Wang veel kostbare voorwerpen en historische documenten aan Engelse archeologen en Franse wetenschappers. De Britse archeoloog-geograaf Sir Aurel Stein (B  p. 174-175) nam onder andere duizenden manuscripten mee. Deze bevinden zich nu in het British Museum in Londen.

Tot aan 1949 werd er door Guomindang-soldaten, plaatselijke ambtenaren en westerse avonturiers veel geplunderd. Bovendien was een groot aantal grotten van binnen zwaar beschadigd door wind, water en erosie. Toch zijn er nog meer dan 492 intact gebleven, waarin nog 2450 sculpturen (sommige niet groter dan een paar centimeter) en wandschilderingen te zien zijn in grotten die variëren van 1 meter tot 40 meter hoogte. In 1961 werden de grotten tot nationale monumenten verklaard en werden er verschillende gerestaureerd.

Acht dynastieën (4de–14de eeuw) zijn in de grotten vertegenwoordigd: Noordelijke Wei, Westelijke Wei, Sui, Tang, Vijf Dynastieën, Song, Xixia en Yuan. De muurschilderingen in de grotten uit de Tang-dynastie (618907), de bloeitijd van Dunhuang, zijn nog het beste bewaard gebleven. Er zijn ontelbaar veel beelden van Boeddha en bodhisattva’s. Omdat de plaatselijk aanwezige zandsteen zich niet goed leende voor fijn snijwerk, werden de kleinere beelden van terracotta gemaakt en prachtig beschilderd met mineraalpigmenten. De meeste plafonds zijn bedekt met muurschilderingen waarin scènes uit het leven van Boeddha zijn afgebeeld (jataka’s) en Chinese volksmythologie. Soms zijn er bij de ingang portretten van de opdrachtgever en zijn familie geschilderd. Al deze schilderingen en beelden tezamen vormen een waardevolle bron van informatie over de architectuur, wetenschap en cultuur, de buitenlandse contacten, de kleding en het dagelijks leven van de Chinese maatschappij over een periode van 1000 jaar. In een soort van bijenkorfpatroon zijn over vier, vijf verdiepingen houten wandelpaden gemaakt, met elkaar verbonden door ladders om de toegang tot de grotten te vergemakkelijken.

Elke grot heeft een identificatieteken met getal, datum en dynastie. De meeste grotten zijn rechthoekig of vierkant, de uit de muren gehakte nissen zijn soms heel diep. Bij toerbeurt worden er grotten opengesteld, hetgeen inhoudt dat bezoekers er 15 tot 20 kunnen bezichtigen. Groepen worden door plaatselijke gidsen begeleid.

Bij de Mogao-grotten hoort tevens het Dunhuang Research Institute, een door Japan ontworpen en bekostigd museum. Met exact nagemaakte grotten en een tentoonstelling van voorwerpen die in de grotten zijn gevonden, zoals beeldjes en zijde. Ook zijn er nagemaakte muurschilderingen te zien.

TIP: Neem voor de grotten zelf een goede ­zaklamp mee. De gids heeft wel een zaklamp, maar deze zijn vaak van slechte kwaliteit en u zou hierdoor schitterende details missen.

dunhuang_duinenFluitende Duinen
Vijf kilometer ten zuiden van Dunhuang liggen
1700 m hoge zandduinen in een gebied van 40 km2. De duinen zijn omgeven door een groot hek en er moet toegang worden betaald om op het terrein te komen. Op weg naar de top trekt meestal een lang lint van mensen die de duinen – soms met grote moeite – beklimmen. De top is ook per kameel te bereiken. In verband met de warmte is de beste tijd voor een beklimming in de ochtend of in de avond, bij zonsondergang. Het is mogelijk naar beneden te glijden. U hoort dan een vreemdsoortig fluiten…

Aan de voet van de zandduinen ligt een bron in de vorm van een wassende maan, de Wassende-Maanbron (yuèyá quán). Erbij is een pagode gebouwd (B p. 170). Bij de ingang naar de zandduinen ligt het Zeden en Gewoonten-­museum van Dunhuang. Dit kleine ­museum is gebouwd in de stijl van een traditionele woning met geschakelde binnenhofjes. Binnen worden met levensgrote poppen taferelen uit het dagelijkse leven nagebootst. Soms gaat er een Engelstalige gids mee die uitleg geeft.

gansu_yumen_passYumen- en Yangpas
Ten noordwesten en ten zuidwesten van Dunhuang liggen twee versterkte passen. Via de Jade Poort-pas (
yumen guan), 102 km ten noordwesten, arriveerden karavanen uit Khotan met vrachten vol jade. Hier in de buurt liggen de ruïnes van lemen muren van een versterkt stadje uit de Han-dynastie. Zo’n 76 km ten zuidwesten van Dun­huang ligt de Pas van de Zon (yang guan), waar de ruïnes van een toren uit de Han-dynastie te zien zijn. Langs deze pas gingen karavanen die de zuidelijke zijderoute namen.

Reizen door deze provincie