Provincies
Guangdong
Met dank aan Dominicus en Inge Jansen voor de teksten bij de provincies.
Dominicus reisgidsen staan voor kwaliteit, betrouwbaarheid en een nieuwsgierige blik op de wereld. Een samenwerking tussen Discover China en Dominicus ligt dan ook voor de hand: onze organisaties hebben eenzelfde doel voor ogen, mensen op een prettige manier kennis laten maken met een voor hen misschien onbekend land. De nieuwe website van Discover China vormt een uitstekend uitgangspunt voor een onvergetelijke bezoek naar China, na een blik op deze site is je reis eigenlijk al begonnen...
Meer lezen uit de Dominicus China? Bestel deze gids hier
Guangdong
Onstaat in 1370 A.D. hebben de mensen hier in provincie Guangdong revolutionaire tradities. De eerste bladzijde van de Chinese moderne geschiedenis begon in Guangdong (de anti-imperialistische opium oorlog), en is het beginpunt van de Chinese democratische revolutie.
Hoofdstad Guangzhou
Guangzhou is de grootste stad in het zuiden van China en de hoofdstad van de provincie Guangdong. In het westen is deze stad ook bekend als Kanton. Guangzhou heeft 5,3 miljoen inwoners – inclusief zes omringende gewesten – en is het belangrijkste handels- en industriecentrum van Zuid-China.
De stad heeft, meer dan enig andere stad in China, eeuwenlang banden gehad met het buitenland. De Kantonezen hebben bovendien een geheel eigen levensstijl, een eigen keuken en hun eigen Kantonees dialect. In Guangzhou heerst een bruisende, temperamentvolle sfeer, waartoe misschien ook het klimaat (subtropisch, heet en vochtig) bijdraagt.
Hongkong ligt op 120 kilometer en is per trein in een paar uur te bereiken. Het is dus logisch dat Guangzhou en Hongkong de laatste jaren steeds nauwere banden met elkaar hebben opgebouwd, mede doordat Hongkong-Chinezen zakendoen met Kantonezen en er op vakantie gaan. De bevolking van Guangzhou is daardoor eerder in aanraking gekomen met nieuwe consumptiegoederen (zoals kleurentelevisie, hifi-apparatuur en computers) dan elders in China. Ook wordt de stad eerder geconfronteerd met modesnufjes, die direct door de jeugd worden uitgeprobeerd.
Geschiedenis Guangzhou
Toen in 221 v.Chr. keizer Qin Shi Huangdi (B p. 126) China één maakte, annexeerde hij ook het gebied rond Guangzhou. Talrijke Han-Chinezen werden naar deze plaats gedirigeerd om er zich te vestigen en China’s eerste grote handelshaven aan te leggen. Tegen het einde van de Han-dynastie werd deze haven door de buitenlandse handel met andere delen van Azië en met het Romeinse Rijk verbonden.
In 714 benoemde een keizer uit de Tang-dynastie Guangzhou officieel tot centrum voor de buitenlandse handel. In de 9de eeuw woonde er al een grote (handels)bevolking van Arabieren, joden en Perzen. Zij verhandelden thee, zijde en porselein, waar in het buitenland veel vraag naar was. Van de 10de tot de 17de eeuw ontwikkelde Guangzhou zich tot een belangrijke haven- en scheepvaartstad. De Portugezen vestigden er zich in de 16de eeuw als eerste Europeanen, gevolgd door de Spanjaarden en Hollanders en later door de Engelsen, Fransen en Amerikanen. Aanvankelijk was Guangzhou de enige stad in China waar buitenlanders handel mochten drijven.
Opiumoorlog
Uitbreiding van de handel leidde ten slotte tot een conflict. China verhandelde talrijke goederen aan het buitenland, maar had zelf weinig interesse in buitenlandse goederen en wilde bovendien slechts betaald worden met zilver. Daarop kwamen de Engelsen met een alternatief: opium dat zij uit India betrokken. Zij verdienden er flink mee en miljoenen Chinezen werden verslaafd. Aangezien de nationale verslaving de Chinese maatschappij dreigde te ontwrichten, verbood de keizer de opiumhandel. De Britse handelaren trokken zich hier echter niets van aan. De zaak escaleerde toen Lin Zexu in 1839 opdracht gaf in Guangzhou de illegale opiumvoorraden van de Britse handelaren te laten verbranden. Dit alles resulteerde in de Eerste Opiumoorlog (1840–1842). In 1842 werd vrede gesloten, maar daarbij moest China bij het Verdrag van Nanjing onder andere vijf Chinese havens (waaronder Guangzhou) voor de buitenlandse handel openstellen. Nadat de westerse mogendheden steeds meer voor zich hadden opgeëist, volgde nog een tweede oorlog (1858–1860), waarna China delen van Guangzhou aan diverse westerse mogendheden moest afstaan die daar hun eigen enclaves maakten. In die tijd verlieten, als gevolg van armoede en overbevolking, talrijke Chinezen Guangzhou, om zich in andere Aziatische landen, Noord-Amerika en Europa te vestigen.
Guangzhou heeft door de jaren heen een centrale rol gespeeld in China’s geschiedenis. In 1911 werd het keizerrijk omvergeworpen door een revolutie, waarvan dr. Sun Yat-sen, afkomstig uit de provincie Guangdong, de aanstichter was. China werd een republiek. In 1923 stichtte dr. Sun Yat-sen in Guangzhou de Nationalistische Partij (Guomindang). Tevens werd in deze stad in 1924 de Whampoa (Huangpu) Militaire Academie gesticht, waar verscheidene nationalistische en communistische leiders, onder wie Chiang Kaishek en Zhou Enlai, werden opgeleid. In 1926 leidde Mao Zedong in Guangzhou het Nationale Instituut van de Boerenbeweging.
Tijdens de Chinees-Japanse Oorlog (1937–1945) bezetten de Japanners ook Guangzhou, dat verder tot aan 1949 in handen van de nationalisten bleef.
Inmiddels heeft Guangzhou meer dan 8000 fabrieken voor onder andere auto’s, machines, textiel, staal, bamboe- en rotanproducten, aardewerk, ivoor, jade en juwelen. In de stad bevindt zich een tiental hogescholen en onderzoeksinstituten. De Zhongshan (Sun Yat-sen) Universiteit is beroemd om haar medische faculteit. Huangpu, de haven van Guangzhou (op 20 km afstand), is een moderne containerhaven.
Bezienswaardigheden
Yuexiu-park
Het grootste en bekendste park van Guangzhou (93 ha) is het Yuexiu-park, dat in de jaren vijftig van de 20ste eeuw werd aangelegd. In het park zijn eilandjes met elkaar verbonden door bruggen. Verder zijn er tuinen, een olympisch zwembad en is er een stadion met 30.000 zitplaatsen. Vlak bij de ingang van het Yuexiu-park aan de Jiefang Lu staat boven op een heuvel het grote Standbeeld van de vijf Rammen, als symbool van de legendarische oorsprong van Guangzhou.
Iets verderop – op de hoogste heuvel van het park – staat de Zhenhai-toren, ofwel Toren die over de Zee Uitkijkt. Dit rode gebouw van vijf verdiepingen heeft een dak van groen geglazuurde dakpannen. Oorspronkelijk stond hier een tempel (1380), die na een brand in 1686 werd herbouwd als uitkijktoren. Naast deze praktische functie had de toren ook een geomantische functie: de toren moest kwade invloeden afwenden zodat een ieder in de stad in vrede en voorspoed kon leven.
In 1953 werd hier het Historisch Museum ondergebracht, gewijd aan de geschiedenis van Guangzhou.
Ten zuiden van de Zhenhai-toren staat het dr. Sun Yat-sen-monument, een stenen obelisk waarmee de grondlegger van de Chinese republiek wordt herdacht.
Jaarbeurs van Guangzhou
Vlak bij het Yuexiu-park ligt de jaarbeurs van Guangzhou. Deze beurs werd voor het eerst gehouden aan het einde van de 16de eeuw. Ook na de stichting van de Chinese Volksrepubliek bleef de beurs bestaan. Vanaf 1957 werd er tweemaal per jaar een grote handelsbeurs voor Chinese en buitenlandse zakenlieden gehouden. Ondanks de opening van een permanent handelscentrum in 1980, wordt de beurs nog steeds elk voor- en najaar gehouden. In deze periode zijn hotels vaak allemaal volgeboekt. In de jaarbeurs is een permanente tentoonstelling te zien van Chinese goederen bestemd voor export en er is een verkoopafdeling van Chinese producten in het Centrum voor de Buitenlandse Handel (Guangzhou Foreign Trade Centre).
Sun Yat-sen-gedenkhal
De prachtige Sun Yat-sen-gedenkhal (1931) met blauw geglazuurde dakpannen ligt aan de Dongfeng Zhonglu, net ten zuiden van het Yuexiu-park. De hal – in paviljoenstijl – bevat een theater met 5000 zitplaatsen, waar hoofdzakelijk culturele uitvoeringen worden gegeven. De zaal is gebouwd zonder pilaren, omdat die het uitzicht op het podium zouden kunnen belemmeren. In het park voor het gebouw staat een groot standbeeld van dr. Sun Yat-sen.
Nanyue Museum
In 1983 stuitten constructiewerkers op de graftombe van Zhao Mei ofwel koning Wen (137–122 v.Chr.), de tweede koning van het rijkje Nanyue. Dit lokale rijkje werd in 203 v.Chr. gesticht door koning Zhao Tuo. De hoofdstad lag in het gebied van het huidige Guangzhou. Bijna 2000 jaar was deze tombe verborgen geweest in het hartje van Guangzhou, op een steenworp afstand van het Yuexiu-park. De tombe was nooit bestolen of geplunderd.
Met de grootst mogelijke nauwkeurigheid werd de tombe geopend. Binnenin werden de skeletten van de koning en de tegelijk met hem begraven concubines, koks, musici, hovelingen en wachter aangetroffen. Zij waren omringd met grafgeschenken als zwaarden, sieraden van jade, gouden zegels, muziekinstrumenten, bronzen spiegels en zilveren dozen.
Aan de hand van gouden administratieve zegels en de persoonlijke zegel van Zhao Mei, kon het graf gedateerd worden. Bovendien bleek het een van de eerste tomben met muurschilderingen. Rondom de graftombe werd in 1988 een museum geopend, met de tombe en de geschenken, waaronder verschillende van jade. Men ging ervan uit dat jade het lichaam tegen verval zou beschermen. De koning werd zelfs in een geheel jade pak begraven. Dat het niet veel uithaalde, wordt duidelijk bij de schamele resten van een van de skeletten die tentoongesteld zijn.
Los daarvan heeft het museum ook een verzameling porseleinen hoofdkussens met allerlei kunstige beschilderingen. Deze kleine, hoge en vooral harde kussens waren speciaal geschikt voor dames met ingewikkelde hoge kapsels. Met deze kussens raakte het kapsel tijdens de nacht niet in de war. De verklarende teksten zijn in het Chinees en Engel
Orchideeënpark
Het Orchideeënpark, tegenover de ingang van het Yuexiu-park aan de Jiefang Lu, is een aangenaam park met vijvers, een theehuis en verschillende restaurants. Vooral in de zomer – als er talrijke soorten orchideeën bloeien – is het park een bezoek waard.
Mohammedaanse tombe en begraafplaats
Vlak achter het Orchideeënpark ligt de tombe van de moslim die volgens de legende de Huaisheng-moskee in het centrum van de stad heeft gebouwd. U loopt het laantje in vlak na de ingang van het orchideeënpark. Aan het einde hiervan aan uw rechterhand is dan de ingang, gemarkeerd door een stenen poort met rode Arabische inscripties.
De tombe ligt in een rustig, klein park met dichte begroeiing van bamboe en bananenbomen bij een kleine moskee. Vrouwen mogen wel de moskee bekijken, maar worden geweerd bij de tombe die bij een begraafplaats rechts van de moskee ligt. Overal in het park zijn nog andere graven van moslims te vinden, met roodgekleurde Arabische en Chinese inscripties.
Shamian-eiland
Shamian-eiland (900 m lang, 350 m breed) in de Parelrivier, door twee bruggen verbonden met het centrum van Guangzhou, was eerst slechts een zandbank (sha-miàn). In 1859 kregen de Engelsen en Fransen er concessies en werd het eilandje een geheel afgesloten enclave, beveiligd door poorten waarop het beruchte gebod stond: ‘Verboden voor Chinezen en honden.’ Elke avond om 22 uur werden de bruggen afgesloten. Shamian-eiland wordt daarom nog steeds het Eiland van de Vroegere Concessies genoemd. De Europeanen die zich hier vestigden, voelden zich veilig en bouwden er een eigen Europees wereldje op, met statige huizen, kerken, ambassades en banken. In 1911 woonden er meer dan 300 buitenlanders, afkomstig uit Engeland, Frankrijk, de Verenigde Staten, Nederland, Italië, Duitsland, Portugal en Japan. De enclave bleef tot 1949 bestaan. Tegenwoordig zijn de huizen van de Fransen en Engelsen (in Victoriaanse stijl) in gebruik als woonblokken. Van andere gebouwen zijn scholen, kantoren en militaire barakken gemaakt. Ondanks de veranderingen blijft dit aparte stukje Guangzhou een oase van rust, waar burgers en toeristen door de met hoge bomen omzoomde straten en langs de rivier kunnen wandelen. In het geelgekleurde Franse ‘Onze Vrouwe van Lourdes’-kerkje op Shamian Dajie 14 worden dagelijks diensten gehouden om 6.30 uur. Op zondag begint de dienst om 7.30 uur.
Rooms-katholieke kathedraal
De rooms-katholieke kathedraal (met twee torenspitsen van 53 m) werd in 1863 door een Franse architect in neogotische stijl gebouwd. De kathedraal was gebouwd op het grondgebied waar oorspronkelijk de woonplaats was van een Qing-ambtenaar.
Tijdens de Culturele Revolutie werd de kathedraal als pakhuis gebruikt, maar sinds 1979 worden er weer regelmatig diensten gehouden. Het bouwwerk, de grootste rooms-katholieke kerk van China, was een in het oog springend oriëntatiepunt in Guangzhou, maar wordt tegenwoordig aan het oog onttrokken door oprukkende hoogbouw en dubbeldekswegen.
Cultureel Park van Guangzhou
In het Cultureel Park van Guangzhou (8 ha) – aan de Liu’ersan Lu, schuin tegenover Shamianeiland – vinden culturele manifestaties plaats. Er zijn een aquarium, tentoonstellingshallen, tuinen, een operagebouw en concertzaal, twee openluchttheaters (voor opvoeringen van de traditionele Guangdong-opera), een rolschaatsbaan, theehuis enzovoort.
Qingping-markt
De Qingping-markt wordt gehouden in de gelijknamige straat Qingping Lu en zijstraten daarvan. Tot aan de SARS-epidemie van 2003 (B pp. 48–49) kreeg hier het spreekwoord gestalte dat een Kantonees alles eet met vier poten, behalve een stoel. Niet alleen kippen en konijnen werden ter consumptie aangeboden, maar ook meer exotische dieren als apen, kikkers, uilen en reuzenschildpadden. Na de sars-epidemie werd het verboden deze dieren te verkopen. Hoewel een stuk minder spectaculair dan voorheen, is het nog steeds leuk om over deze markt te struinen, met zijn kraampjes vol gedroogde medicinale kruiden, paddenstoelen, groenten en fruit.
Boottocht op de Parelrivier
Een boottocht op de Parelrivier geeft een goede kijk op het drukke leven langs en op het water. De 1,5 uur durende tocht gaat langs scheepswerven en het White Swan Hotel. Op het water varen sampans en vissersjonken. In de zomermaanden worden avondcruises gehouden.
Vooroudertempel van de familie Chen
Deze vooroudertempel, tussen Xihua Lu en Zhongshan 7-Lu, werd gebouwd rond 1890 in opdracht van welvarende leden van de Chen-clan. Volgens de leer van Confucius waren de voorouders en hun afstammelingen onverbrekelijk met elkaar verbonden. De voorouders werden vereerd en tot voorbeeld gesteld. Door families geleide academies voor studies van de leer van Confucius, werden vaak gebouwd rond een vooroudertempel, waar de vooroudertabletten werden bewaard. Hoewel deze hier verdwenen zijn, is nog wel het altaar in de achterste hal van het complex bewaard gebleven. Deze vooroudertempel is een mooi voorbeeld van Zuid-Chinese architectuur uit de laatste keizerlijke dynastie. Bijna elke deur, raam, dakbalk en zuil is prachtig uitgesneden en langs de dakranden zijn terracotta beeldhouwwerkjes en friezen gemaakt. Tegenwoordig is het een museum voor volkskunst; te zien zijn keramiek, borduurwerk, papierknipsels, lakwerk en porselein.
Tempel van de Zes Banyanbomen
De Tempel van de Zes Banyanbomen dankt zijn naam aan de beroemde dichter, schilder, kalligraaf en staatsman Su Dongpo (1036–1101). Hij was zo onder de indruk van de zes banyanbomen op het tempelterrein dat hij verscheidene gedichten aan ze wijdde.
Op een tablet schreef hij de karakters Liu Rong ofwel Zes Banyanbomen. Een reproductie van deze karakters zijn nog te zien in de tempel. De bomen zijn er inmiddels niet meer. Na een brand in de 11de eeuw werd de tempel herbouwd en in 1979 voor het laatst gerestaureerd. De tempel is vooral bekend door de prachtige Bloemenpagode (Huata), in 537 gebouwd op een achthoekig voetstuk. De pagode is 60 m hoog en heeft 17 verdiepingen, hoewel het van de buitenkant lijkt of het er maar 9 zijn. Ook deze pagode werd gedeeltelijk door brand vernietigd, maar in 1098 hersteld. Een kleine hal is gewijd aan Hui Neng (639–713). Deze boeddhistische monnik is van groot belang geweest voor de ontwikkeling van het zenboeddhisme tijdens de Tang-dynastie. Het beeld in de hal stamt uit 989 en is een afbeelding van Hui Neng. Tegenwoordig is de tempel het hoofdkwartier van het Boeddhistisch Genootschap van Guangzhou.
Guangxiao-tempel
Deze tempel stamt uit de 4de eeuw en is daarmee een van de oudste in Guangzhou. De oorspronkelijke tempelgebouwen van rond de 4de eeuw werden echter in de 17de eeuw verwoest door een brand en daarna opnieuw opgebouwd. De pagode van gietijzer bij de oostelijke muur werd gegoten in 967. Hier staat ook een stenen pagode, ofwel Pagode van het Haar van de Zesde Patriarch. De Zesde Patriarch is een andere naam voor de boeddhistische monnik Hui Neng (zie ook Tempel van de Zes Banyanbomen). De pagode zou opeens hier hebben gestaan, nadat Hui Neng hier als novice zijn haar had begraven nadat het ritueel was afgeschoren.
Huaisheng-moskee
Volgens een legende werd deze moskee in 627 gesticht door een oom van de profeet Mohammed, die als eerste de koran naar China bracht. Derhalve wordt hij als de oudste moskee van China beschouwd. Naast de minaret (27 m hoog) zijn twee gebedshallen, een in oude en een in nieuwe stijl. Tijdens de Culturele Revolutie was de moskee gesloten, maar nu is hij weer in gebruik.
Foshan
Foshan (28 km ten zuidwesten van Guangzhou, 300.000 inwoners) is een van China’s belangrijkste kunstnijverheidscentra voor zijde, porselein, metaalgieten en papierknippen. Er bestaan verschillende legenden over de herkomst van de naam. Een daarvan verhaalt hoe een boeddhistische monnik vanuit Kashmir drie boeddhabeelden meebracht en deze in een tempel boven op een heuvel neerzette. Nadat hij was teruggekeerd naar India, raakte de tempel in verval en verdwenen de boeddhabeelden. In de Tang-dynastie kwam een van de beelden opeens weer te voorschijn. De plaatselijke bevolking beschouwde dit als een wonderbaarlijke gebeurtenis en bouwde opnieuw een boeddhistische tempel op dezelfde plaats. De stad kreeg de naam Foshan (Boeddhaheuvel). Vanaf die tijd werd Foshan een bekend religieus centrum. Hoewel de stad zich na 1949 heeft ontwikkeld tot een moderne industriestad, heeft de kunstnijverheid er haar oude reputatie behouden.
Bezienswaardigheden in Foshan
Tempel van de Voorouders
De gebouwen van dit tempelcomplex uit de Tang-dynastie zijn geheel gemaakt uit in elkaar grijpende houten balken, zonder gebruik van metaal of nagels. Oorspronkelijk was het een tempel om de voorouders te eren, te vergelijken met de Vooroudertempel van de familie Chen in Guangzhou. Rond de 14de eeuw werd in de hoofdtempel echter het bronzen beeld geplaatst van de taoïstische god Beidi en veranderde de functie van de tempel. Beidi zou geheerst hebben over het water en zijn bewoners, in het bijzonder vissen, slangen en schildpadden. Omdat het zuiden van China in vroeger tijd vaak werd overstroomd, probeerden de mensen deze god gunstig te stemmen door hem te vereren met tempels en snijwerk van slangen en schildpadden. Daarom ziet u bij deze en andere tempels in Zuid-China onder de overhangende dakranden dikwijls zulke dierfiguren.
Het Terras van de Tienduizend Zegeningen in de grote tempelhof (1658) wordt tegenwoordig gebruikt als podium voor theatervoorstellingen tijdens tempelfeesten. Op het tempelcomplex staan ook beelden uit de Ming- en Qing-dynastieën. Rondom is een groot park met paviljoens, tuinen en een lotusvijver.
Instituut voor de Volkskunst
Het Instituut voor de Volkskunst ligt naast de Tempel van de Voorouders en was vroeger een tempel. Tegenwoordig kunt u hier plaatselijke kunstenaars aan het werk zien bij het papierknippen, het maken van Chinese lantaarns, schilderen en houtsnijden.
Shiwan-aardewerk
De traditie van het maken van aardewerk begon in de 4de eeuw in het dorpje Shiwan, dat nu praktisch tot Foshan behoort. In de Tang-dynastie was het aardewerk al vrij bekend. Vanaf de 14de eeuw werd een groot gedeelte ervan naar Zuidoost-Azië geëxporteerd. Aan het begin van de Qing-dynastie ging men zich tevens toeleggen op het maken van realistische figuren van dieren en mensen. In een van de fabrieken in Shiwan kan de bezoeker het vervaardigen van aardewerk van begin tot eind zien: ontwerpen, maken van de mal, vormen, polijsten, beschilderen, bakken en glazuren.
Shenzhen
Shenzhen (500.000 inwoners) vlak bij Hongkong, is de grootste Speciale Economische Zone van China geworden en krijgt door zijn grote wolkenkrabbers ook iets van het aanzien van Hongkong. Aangezien de bewoners binnen de zone hogere lonen hebben dan elders, proberen velen er werk te vinden, hoewel het leven hier ook duurder is. Om illegale immigratie uit andere delen van China te voorkomen, is Shenzhen hermetisch afgesloten van de rest van de provincie door een 84 km lange, streng bewaakte grens.

