Henan

Dominicus

 

Met dank aan Dominicus en Inge Jansen voor de teksten bij de provincies.
Dominicus reisgidsen staan voor kwaliteit, betrouwbaarheid en een nieuwsgierige blik op de wereld. Een samenwerking tussen Discover China en Dominicus ligt dan ook voor de hand: onze organisaties hebben eenzelfde doel voor ogen, mensen op een prettige manier kennis laten maken met een voor hen misschien onbekend land. De nieuwe website van Discover China vormt een uitstekend uitgangspunt voor een onvergetelijke bezoek naar China, na een blik op deze site is je reis eigenlijk al begonnen...

Meer lezen uit de Dominicus China? Bestel deze gids hier

Henan

De Henan provincie is de wieg van de Chinese civilisatie. Het was in de vruchtbare valleien van de Yellow River waar de Chinezen voor het eerst hun landbouw zijn gaan ontwikkelen. Het was ook in deze regio dat de Chinezen leerden hoe ze 100 pond mulberry bladeren aan de zijdeworm konden geven die dan op zijn beurt 15 pond coconnen leverde waarvan een pons zijde gemaakt kon worden.

Hoofdstad Zhengzhou
De stad Zhenghzou (
1,2 miljoen inwoners), sinds 1954 hoofdstad van de provincie Henan, ligt 112 km ten oosten van Luoyang. De stad ligt aan het westelijke uiteinde van de agrarisch belangrijke Noord-Chinese vlakte en is daarmee ook een belangrijk economisch centrum. Sinds 3000 jaar is Zhengzhou onafgebroken bewoond geweest. Tijdens de Shang-dynastie (16de–11de eeuw v.Chr.) was dit een van de dichtstbevolkte gebieden van China. Zhengzhou is sinds 1910 een belangrijk spoorwegknooppunt, dat Beijing en ­Guangzhou (noord–zuid) en Shanghai en Xi’an (oost–west) met elkaar verbindt.

In de jaren twintig van de 20ste eeuw waren de spoorwegen het brandpunt van een reeks arbeidsgeschillen, waaronder de bekende Februaristaking van 1923, toen een staking van de spoorwegarbeiders op het traject Beijing–Hankou (Wuhan) bloedig werd onderdrukt. Vanwege het belang als spoorwegknooppunt was Zhengzhou ook een belangrijk doelwit voor de vanaf 1937 in China binnengevallen Japanners. Om hen tegen te houden, stak het nationalistische leger van Guomindang-troepen op bevel van Chiang Kaishek in april 1938 de dijken door van de Gele Rivier bij Huayuan Kou (minder dan 30 km ten noordoosten van de stad). Hierdoor ontstonden enorme overstromingen, waardoor ongeveer 1 miljoen Chinezen omkwamen en 11 miljoen mensen dakloos werden. Pas in 1947 werd de dijkbreuk met hulp van de Verenigde Staten hersteld. Daar bevindt zich nu een irrigatiesluizencomplex. In de dijkwal staat Mao’s instructie ‘Breng de Gele Rivier onder controle’ gegraveerd.

Vanaf een heuvel (met bovenop paviljoens en een restaurant) boven het waterkrachtstation is een mooi uitzicht op de Gele Rivier, die inderdaad door de afzetting van löss geelbruin is. Over de rivier zijn twee 3 km lange bruggen gebouwd, één voor trein- en één voor vrachtverkeer.

Beneden staat een wit marmeren beeld, voorstellende Moeder (symbool van de Gele Rivier) met Kind (China). Even verderop is een beeld van kinderen, gemaakt van de rode aarde uit deze streek.

Bezienswaardigheden
In het hart van de stad is een verkeersrotonde (op het kruispunt van de straten Erqi Lu en Jiefang Lu), met het grote
7 Februari-monument van de februaristaking van 1923. Het is gebouwd in pagodevorm, met een tentoonstelling over gebeurtenissen tijdens de staking. In de wijk rond het treinstation zijn nauwe straatjes, eettentjes met kleine, lage krukjes, stalletjes met watermeloenen enzovoort. Ook zijn hier nog overblijfselen van de oude stadsmuur.

Provinciaal museum
Het Provinciaal Museum van Henan ligt in het noorden van de stad aan de Nong­ye Lu. In het museum zijn voorwerpen tentoongesteld, ontdekt bij opgravingen in de provincie Henan, vanaf de Shang-dynastie (16de–11de eeuw v.Chr.) tot de Ming-dynastie (13681644). Er zijn orakelbeenderen, stenen werktuigen, bronzen voorwerpen, lakwerk, houten beeldjes, textiel, ontdekt in graftomben uit de Zhou-dynastie (11de– 3de eeuw v.Chr.) en aardewerk uit de Song-dynastie (9601280). Een gedeelte van het museum is gewijd aan de spoorwegstakingen, de oorlog tegen Japan (19371945) en de ontwikkelingen in Zhengzhou sindsdien.

Opgravingen uit de Shang-dynastie
In het oosten van Zhengzhou zijn overblijfselen gevonden van aarden wallen van een stad uit de Shang-dynastie (16de–11de eeuw v.Chr.), waarschijnlijk de tweede hoofdstad. Hieruit werd opgemaakt dat een typische Shang-stad bestond uit een centraal ommuurd gedeelte met grote gebouwen, omringd door dorpen waarvan elk zich in een bepaald handwerk (aardewerk, metaalwerk, wijn en textiel) specialiseerde. De dorpshuizen lagen gedeeltelijk onder de grond, de grote, vierkante gebouwen in het centrum boven de grond. Ook zijn er graven en grafkamers met doodskisten gevonden, omringd door grafvoorwerpen.

Dahecun
Dahecun (
12 km ten noordoosten van Zhengzhou) is een neolithische vindplaats van de Yangshao- en de Long­shan-cultuur (B p. 122), met funderingen van huizen, graftomben en 50006000 jaar oude ovens. Het is een van de mooiste neolithische vindplaatsen en een bezoek zeker waard.

Shaolin-klooster
Ongeveer
80 km ten westen van Zheng­zhou ligt het Shaolin-klooster, de bakermat van de kungfu (B p. 136) De monniken, zelf allemaal meesters in het beoefenen van kungfu, geven jaarlijks les aan duizenden Chinese jongeren, die vaak oefenend te zien zijn rondom het kloosterterrein. Het klooster werd gesticht in 495 door een keizer van de Noordelijke Wei-­dynastie. Het klooster is al vaak gedeeltelijk verwoest en weer opgebouwd.

Luoyang
Luoyangg ligt in de provincie Henan, langs de spoorlijn die Xi’an met Zhengzhou verbindt. In het verleden had het gebied rond Luoyang vaak te kampen met overstromingen van de Gele Rivier in het zuiden van de stad. Na de aanleg van dammen en irrigatiekanalen is de rivier onder controle en het vruchtbare landbouwgebied produceert gewassen als katoen, tarwe, koren, sor­ghum en sesam.

De stad Luoyang (2 miljoen inwoners, inclusief de omringende gewesten) heeft een buitengewoon ver teruggaande historie. Al tijdens de Qin-dynastie (221206 v.Chr.) en de Han-dynastie (206 v.Chr.–220 n.Chr.), toen schrijvers, wetenschappers en sterrenkundigen zich in de stad vestigden, speelde Luoyang een voorname rol. In 494 n.Chr. verplaatste de Noordelijke Wei zijn hoofdstad van Datong naar Luoyang. De keizers van deze dynastie gaven de opdracht tot het uithakken van de gigantisch grote boeddh­istische beelden in de Drakenpoortgrotten, nog steeds een van de belangrijkste bezienwaardigheden in Luoyang. Tijdens de Sui-dynastie (581618) telde de stad meer dan 1 miljoen inwoners en ook tijdens de Tang-dynastie (618907) bloeide de stad, nu als tweede hoofdstad. De beroemde Tang-keizerin Wu Zetian (684710) liet er prachtige paleizen bouwen en tuinen aanleggen. Belangrijke Tang-dichters als Du Fu, Bai Juyi en Li Bai vestigden zich in Luoyang. Na 937, toen de Jin hun hoofdstad naar Kaifeng verplaatsten, raakte de stad in verval.

Bezienswaardigheden
Luoyang is verdeeld in het westelijke gedeelte (nieuw, met industrieën), het centrale gedeelte (administratief) en het oostelijke gedeelte (
300 jaar oud), dat voor toeristen het interessantst is.

Tempel van het Witte Paard
In
68 n.Chr. kwam het boeddhisme naar Luoyang; zeven jaar later werd 13 km noordoostelijk van de stad de Tempel van het Witte Paard gebouwd, China’s eerste boeddhistische klooster. Tijdens de Han-dynastie werd hier ook China’s eerste universiteit opgericht. Volgens een legende ontleent de Tempel van het Witte Paard zijn naam aan het witte paard waarmee twee monniken voor het eerst boeddhistische soetra’s vanuit India naar Luoyang brachten. De tegenwoordige gebouwen dateren van de Ming-dynastie (13681644) en werden in de jaren vijftig gerestaureerd. Het klooster is nog steeds het centrum van het zenboeddhisme in China. Ervóór staan twee stenen paarden. De vijf hallen zijn in de Ming-stijl. Gelovigen steken binnen wierookstokjes aan. Als er geld wordt gegeven, slaat een monnik op een grote trom. Dicht bij het klooster staat de prachtige Qi-Yun­pagode (Tang-dynastie, 13 verdiepingen).

Wangcheng-park
In dit park aan de Zhongzhou Lu zijn twee tomben uit de Han-dynastie te zien. Eén tombe dateert uit de Westelijke Han-dynastie (
205225 v.Chr.) en werd ontdekt tijdens de bouw van het treinstation in 1956. De muren van de tombe zijn bedekt met wandschilderingen en daardoor is de tombe een van de oudste in zijn soort tot nog toe ontdekt in China. De andere tombe dateert uit de Oostelijke Han-dynastie (25200 n.Chr.) en werd eveneens ontdekt tijdens bouwwerkzaamheden. Beide tomben werden later overgebracht naar het Wangcheng-park.

Gemeentelijk museum
Dit museum, aan de Zhongzhou Lu, vlak naast het Wangcheng-park, toont in de omgeving van Luoyang opgegraven objecten. Er zijn bronzen beelden uit de Shang-dynastie en een jadetijger uit de Zhou-dynastie, enkele beelden uit de Noordelijke Wei-dynastie (
386534), die duidelijk beïnvloed zijn door de Indiase kunst en via de Zijderoute naar China kwamen, en komische figuren uit de Tang-dynastie.

Drakenpoortgrotten
Aan beide zijden van de Yi,
14 km ten zuiden van Luoyang, bevinden zich de Drakenpoortgrotten. Hier zijn ruim 1300 grotten met 750 nissen, 39 kleine pagoden, bijna 100.000 beelden van Boeddha, bodhisattva’s, hemelse bewakers en ten minste 3600 boeddhistische inscripties. De grootste boeddha van het complex is zo’n 17 m hoog, de kleinste ongeveer 2 cm. Met het uithakken van de boeddhistische afbeeldingen werd begonnen in 494, toen de Noordelijke Wei-dynastie zijn hoofdstad verplaatste van Datong naar Luoyang. Tot in de 8ste eeuw werd aan deze grotten gewerkt door in totaal 800.000 kunstenaars. Samen met de grotten in Datong en Dunhuang vertegenwoordigen de Drakenpoortgrotten het hoogtepunt van de boeddhistische cultuur in China, die vooral bloeide tijdens de Tang-dynastie.

In het midden van de 8ste eeuw kwam hieraan een einde, toen duizenden boeddhistische tempels en beelden werden vernietigd als gevolg van een hetze tegen niet-Chinese religies. Hoewel de boeddhistische religie en kunst in China bleven bestaan, werd na de Tang-dynastie nooit meer een dergelijk hoogtepunt bereikt.

De grootste schade in de grotten is echter aangericht door plunderende westerse avonturiers in de 19de en 20ste eeuw. Tal van prachtig gebeeldhouwde hoofden zijn meegenomen naar Europa en de Verenigde Staten waar zij zich bevinden in grote musea, onder andere in het Metropolitan Museum of Art in New York en het British Museum in Londen.

Reizen door deze provincie