Provincies
Shanghai
Met dank aan Dominicus en Inge Jansen voor de teksten bij de provincies.
Dominicus reisgidsen staan voor kwaliteit, betrouwbaarheid en een nieuwsgierige blik op de wereld. Een samenwerking tussen Discover China en Dominicus ligt dan ook voor de hand: onze organisaties hebben eenzelfde doel voor ogen, mensen op een prettige manier kennis laten maken met een voor hen misschien onbekend land. De nieuwe website van Discover China vormt een uitstekend uitgangspunt voor een onvergetelijke bezoek naar China, na een blik op deze site is je reis eigenlijk al begonnen...
Meer lezen uit de Dominicus China? Bestel deze gids hier
Shanghai
Shanghai – met ca. 23 miljoen inwoners is China’s grootste stad wat inwoners betreft. In de omringende gewesten is veel landbouwgebied met plattelandsgemeenten. Bestuurlijk is de stad verdeeld in 12 districten (op hun beurt verdeeld in een groot aantal buurten) en 10 gewesten.
Shanghai is geen oude stad; het grootste gedeelte is in de tweede helft van de 19de en in de eerste helft van de 20ste eeuw gebouwd. Qua architectuur is de stad weinig Chinees. De sterke 19de-eeuwse westerse invloed heeft de architectuur buitengewoon bepaald. Shanghai is het centrum van China’s handel en industrie. Bijna de helft van de binnen- en buitenlandse handel gaat via Shanghai, in het bijzonder via de haven.
De stad ligt aan de Huangpu-rivier, een zijtak van de benedenloop van de Yangzi. Via deze rivier is Shanghai verbonden met de Oost-Chinese Zee en de Stille Oceaan. De Wusong-rivier – ook Suzhou Creek genoemd – verdeelt de stad in twee helften en verbindt Shanghai met het Grote Kanaal. Door de contacten met andere landen, de gebouwen in westerse stijl en de herinneringen aan de buitenlandse vestigingen, heeft Shanghai een kosmopolitisch karakter. Op allerlei gebieden, waaronder de mode, loopt Shanghai voorop. Ook op industrieel en wetenschappelijk gebied zijn hier prestaties geleverd en uitvindingen gedaan.
Bezienswaardigheden
Huangpu en de haven
Aan en op de Huangpu zijn de contrasten tussen oost en west, oud en nieuw te zien. Het scheepvaartverkeer is een mengeling van moderne containerschepen, grote oceaanreuzen, konvooien van laag op de rivier liggende vrachtschepen, oorlogsschepen (niet fotograferen!), kustvaarders en langs de kant op en neer deinende sampans. De imposante 19de-eeuwse handelsgebouwen langs de kade geven de stad een westers silhouet.
Boottocht op de Huangpu
Er is geen leukere manier om Shanghai te bekijken dan vanaf het water. Vanaf hier wordt pas echt het monumentale karakter van de Bund duidelijk en ziet u goed het contrast tussen het oude gedeelte van Shanghai en het geheel nieuwe gedeelte van het Pudong-gebied. Allerlei grote en kleine boten doorkruisen de rivier. De tochten variëren in duur van één tot 3,5 uur. De langste tochten gaan tot aan de monding van de Yangzi, zo’n 28 km van het vertrekpunt. Aangekomen bij de brede Yangzi, is het kleurverschil van het water duidelijk te zien: de Yangzi is hier bruin.
De Bund
Langs de Huangpu loopt de Zhongshan Lu, een brede verkeersweg. Aan deze straat staan de koloniale, grote gebouwen die ooit werden gebouwd door machtige Franse, Engelse en Amerikaanse bedrijven. Deze straat wordt ook wel de Bund genoemd, de ‘kade langs een modderige oever’. De Bund liep officieel van de Waibudu-brug (bij het Shanghai Mansions) tot aan de Jinling Lu, dat behoorde tot de Franse concessie en Rue du Consulat werd genoemd.
De Waibudu-brug, die vroeger van hout was, verbond de Britse enclave met de Amerikaanse. De Engelsman die hem in 1856 bouwde, verdiende er goed aan, want het werd een tolbrug. Uiteindelijk liet de gemeenteraad iets verderop een nieuwe brug bouwen waar iedereen gratis mocht oversteken. In 1906 werd de houten brug vervangen door een stalen.
Gedurende de tijd dat de westerse mogendheden er hun concessies hadden, was de Bund hét vitale punt van de stad; alles speelde zich hier af. Steeds was de weg verstopt door trucks, karren getrokken door muilezels en riksja’s. Nu rijden er trolleybussen, fietsers (Shanghai heeft 4 miljoen fietsen) en taxi’s in grote vaart doorheen.
Direct langs de rivier loopt een prachtige promenade die officieel het Huangpu-park heet. Vroeger behoorde dit park toe aan de Britse concessie en was het verboden ‘voor Chinezen en honden’. Een Schotse tuinman legde het park aan met grasperken, rozenstruiken en muziekpaviljoens. Bij de ingang stond altijd een sikh op wacht, compleet met tulband en lange baard. Tegenwoordig zitten Chinezen en buitenlanders er gezellig op de stoeprand, of hangen over de muur bij de rivier. Studenten testen hun kennis van Engels, Frans of Duits bij de toeristen. Aan het einde van de promenade ligt het Bundmuseum, waar verteld wordt over de geschiedenis van de Bund.
Westerse gebouwen langs de Bund
Hoewel het uiterlijk van de gebouwen aan de vroegere Bund nauwelijks is veranderd, worden ze wel voor andere doeleinden gebruikt. Op de hoek van de bekende Nanjing Lu (Nanking Road) en de Zhongshan Lu staat een groot gebouw van 12 verdiepingen met een puntige, groene toren: het vroegere Cathay Hotel. Nu is dit het Peace Hotel, gebouwd in 1928. Het vroegere Palace Hotel ertegenover (1906) behoort nu, als zuidelijke vleugel, tot het Peace Hotel. Iets van de oude glorie van dit vroeger zo beroemde hotel is nog te zien in de sfeervolle lobby en in de rijk versierde eetzaal op de achtste etage, met uitzicht over de rivier. Nog steeds verblijven er jaarlijks duizenden toeristen in het 180 kamers tellende hotel. Ook de Engelse schrijver Noel Coward verbleef er enkele dagen. Hij schreef er zijn Private Lives. Links van het Peace Hotel bevinden zich het hoofdkwartier van de Handelsunie en het Douanekantoor – in tudorstijl en met een hoge klokkentoren. In het gebouw van de vroegere Hongkong and Shanghai Banking Corporation (1921) huizen nu de kantoren van het gemeentebestuur van Shanghai.
Vanaf de Waibaidu-brug richting Peace Hotel lopend, passeert u de hekken van het vroegere Britse Consulaat, nu de Zeemansclub. Schuin links aan de overzijde van de Waibaidu-brug is de 22 verdiepingen tellende wolkenkrabber van de Shanghai Mansions (1934), dat behoorde tot de Amerikaanse concessie en waar vlak na de Tweede Wereldoorlog Amerikaanse militairen in werden gehuisvest. Het gebouw rechts van de brug aan het water behoorde tot het Russische consulaat.
Jade-Boeddhatempel
De Jade-Boeddhatempel in het noordwesten van Shanghai aan de Anyuan Lu, dankt zijn naam en roem aan twee boeddhabeelden, elk gesneden uit één stuk witte jade. De twee boeddhabeelden werden in 1882 door een Chinese monnik meegebracht uit Birma. Hij had ze tijdens zijn pelgrimstocht ten geschenke gekregen.
De tempel bestaat uit diverse gebouwen en binnenhoven. Er wonen nog ca. 20 monniken. Beneden in de tempel staat het beeld van de Liggende Boeddha die het nirvana bereikt. Boven staat het beroemdste beeld: een prachtige, 1,9 m hoge Zittende Boeddha. Om deze te bezichtigen moet u een vrij steile houten trap in de tempel beklimmen, waarna u in een aparte ruimte eerst sloffen moet aantrekken.
De houding van de Zittende Boeddha geeft het moment van Verlichting aan. Het beeld, dat 1000 kg weegt en is ingelegd met edelstenen, is geschonken door boeddhistische gelovigen. Tal van bezoekers steken een wierookstokje voor de Boeddha aan. In de kamer bevindt zich verder een bibliotheek met boeddhistische boeken uit de Ming-dynastie.
In de andere tempelgebouwen zijn nog meer beelden van Boeddha en zijn leerlingen en helpers. Als u het tempelterrein betreedt, zijn in een grote hal links drie grote boeddhabeelden, gemaakt van hout en met bladgoud belegd. Op het tempelterrein is ook een antiekwinkel, gedreven door monniken. In de jaren tachtig van de 20ste eeuw is de tempel geheel gerestaureerd.
Oude Stad
De Oude Stad ligt ten zuiden van de Jinling Lu, tussen de rondlopende Renmin Lu en de Zhonghua Lu. Deze straten zijn gebouwd op de vroegere stadsmuren die gebouwd werden om de Japanse piraten in de 16de eeuw op een afstand te houden. De muur werd in 1912 afgebroken door de nationalisten.
Vroeger was dit gedeelte van Shanghai een krottenwijk waar de ratten rondliepen en het voor westerlingen gevaarlijk was. Nu is het een erg leuk gedeelte, een netwerk van nauwe straatjes, met overal restaurantjes en winkeltjes.
Yu-tuin
In het noordwestelijke gedeelte van de oude stad ligt de Yu-tuin, de enige klassieke Chinese tuin in Shanghai. Deze werd in 1577 aangelegd door de mandarijn Pan Yunduan, die een idyllisch plekje voor zijn oude vader wilde maken. Een Chinese tuinarchitect was in feite schilder, dichter, architect en tuinman tegelijk. Zo kon hij zijn fantasie benutten, gebruik makend van mineralen, planten en dieren en op een beperkte ruimte iets fantastisch creëren. Ook de Yu-tuin lijkt, als men erdoorheen wandelt, veel groter dan de oppervlakte die hij beslaat. De tuin is een perfect voorbeeld van de gespecialiseerde kunst van het combineren van verschillende elementen, om een wereld in miniatuur (een microkosmos) te scheppen.
De verschillende gedeelten worden afgescheiden door witte muren met bovenop draken en aan het einde prachtig uitgesneden drakenkoppen. Er zijn meer dan 30 paviljoens en een labyrint van paden, trapjes en gangen. Een van deze paviljoens, de Hal voor het Oproepen van de Lente, vormde in 1853 het hoofdkwartier van het Genootschap van de Kleine Zwaarden. Deze revolutionaire organisatie organiseerde een gewapende opstand in Shanghai tegen de Qing-dynastie ter ondersteuning van het door de Taiping uitgeroepen Hemelse Koninkrijk van de Grote Vrede (B p. 296-297). Gedurende 17 maanden wisten zij de stad bezet te houden. De strijd ging gepaard met talrijke doden en gewonden.
Het hoogste punt, de Rotspartijheuvel (een kunstmatige heuvel), is gemaakt van rotsen die van duizenden kilometers ver hierheen zouden zijn gebracht. Het geheel is aan elkaar bevestigd met rijstpoeder en lijm. In de tuin staan ook enkele heel oude bomen, zoals een 400 jaar oude ginkgoboom. Een magnoliaboom, nog steeds jaarlijks in bloei, zou hier al 200 jaar staan.
Bij de ingang van de Yu-tuin ligt het 400 jaar oude, vijfkantige theehuis Huxinting, wat Paviljoen in het Midden van het Meer betekent. De naam verwijst naar de ligging van het theehuis, midden in een fraaie, vierkante vijver waar grote scholen goudvissen in rondzwemmen. Het theehuis is te bereiken door bij de Yu-tuin de vijver over te steken via een zigzagbrug met negen hoeken. De brug is met zoveel hoeken gemaakt om boze geesten te weren. Deze zijn namelijk behalve gevaarlijk ook erg dom: zij kunnen alleen maar rechtdoor lopen. Vanuit het theehuis heeft u een mooi uitzicht op de witte, met draken versierde muur van de Yu-tuin.
De nauwe straatjes rondom de Yu-tuin worden ook wel Yuyuan Bazaar genoemd.
Nanjing Lu
De 5 km lange Nanjing Lu (Nanking Road), beginnend bij het Peace Hotel, was in de jaren dertig van de 20ste eeuw de meest trendy straat van heel Shanghai en de belangrijkste straat van de Britse concessie. Alles wat modern was vond je hier: Italiaanse schoenenwinkels, fotostudio’s, moderne winkelcentra, speciale aanbiedingen en uitverkoop. Tegenwoordig is het niet meer de meest hippe straat van Shanghai. Die rol is nu weggelegd voor de Huaihai Lu, de voornaamste straat van de voormalige Franse concessie. Toch blijft het leuk om over Nanjing Lu te wandelen. Deze bestaat uit een oostelijk gedeelte (Nanjing Donglu) en een westelijk gedeelte (Nanjing Xilu). Het middengedeelte van de weg is van 9 tot 18 uur alleen bestemd voor bussen, auto’s en vrachtverkeer. Fietsers moeten gebruik maken van kleinere, parallel lopende wegen. Dit verbod voor fietsers gedurende de dag geldt ook voor andere grote wegen of straten die door de stad lopen. Op nr. 66 is het Overseas Chinese Hotel, vroeger bijna uitsluitend in gebruik voor overzeese Chinese bezoekers, nu ook voor buitenlanders.
Ten westen ervan is het Park Hotel (1934), met 24 verdiepingen en een mooi uitzicht op het ertegenover liggende Volkspark.
Volkspark
Het Volkspark, tussen de Nanjing Xilu en de Yan’an Donglu, ligt in het gebied dat binnen de Britse concessie viel. Deze liep van de Bund tussen de Nanjing Lu en de Yan’an Lu. Yan’an Lu was toen nog een kanaal en vormde de scheiding tussen de Britse en Franse concessie, die rondom de oude Chinese stad lag.
Waar nu Volkspark en -plein zijn, werd in 1861 een paardenrenbaan geopend. De Britten organiseerden hier wedstrijden. In 1906 kwam het Volkspark daarvoor in de plaats. In 1951 werd ten zuiden van het park het Volksplein (35 ha) aangelegd, voor vieringen, parades en politieke bijeenkomsten.
Van de renbaan resteert alleen het oude clubgebouw. Sinds kort is dit gebouw in gebruik als het Museum voor Kunst. Voorheen was dit museum gevestigd aan de Nanjing Lu. Het museum herbergt een uitgebreide kunstcollectie, van traditionele Chinese kunst tot moderne kunst van de School van Shanghai.
Park en plein vormen samen het dak van de grootste en diepste schuilkelder die ondergronds de loop van de Nanjing Lu volgt.
Shanghai Museum
Dit museum, ten zuiden van het Volkspark aan de Renmin Dadao 201, werd in 1996 geopend en is een van de modernste musea in China. Het is gebouwd in de vorm van een bronzen offervat uit de Shang-dynastie. Het museum bezit een van de mooiste verzamelingen op kunstgebied in China (meer dan 200.000 voorwerpen). Door middel van bronzen voorwerpen, keramiek, schilderijen en tekeningen wordt de ontwikkeling in de kunst getoond. Verder beschikt het museum over een bibliotheek met 20.000 kunst- en geschiedenisboeken.
Expositie van industrieproducten
Het Industriële Tentoonstellingsgebouw van Shanghai is een opvallend bouwwerk, met een hoge torenspits, aan de Yan’an Lu. Het verrees op de fundamenten van het huis van de excentrieke jood Hardoon en zijn Frans-Chinese vrouw Luo Jialing. Behalve drie woningen lieten zij hier een boeddhistische tempel en een grote klassieke tuin aanleggen. Na de dood van het echtpaar werd de residentie verdeeld onder hun tien geadopteerde kinderen. Gedurende de Chinees-Japanse oorlog brak er brand uit en ging alles in rook op. In de jaren vijftig bouwden de Russen er een museum, het Paleis van Chinees-Russische Vriendschap genoemd. Het heeft een typisch Russisch interieur, met grootse zalen en hallen, en herbergt een permanente tentoonstelling van industriële en consumptiegoederen. Er zijn meer dan 5000 producten tentoongesteld die een goede indruk geven van wat China op dit gebied presteert en exporteert. Een vleugel herbergt kunstnijverheid, hoofdzakelijk in Shanghai vervaardigd. Soms zijn er speciale buitenlandse tentoonstellingen.
Jing’an-tempel
Deze tempel ligt tegenover het Jing’an-park aan het westelijke uiteinde van de Nanjing Lu. Tot ongeveer 100 jaar geleden hoorden park en tempel bij elkaar. Nu worden ze van elkaar gescheiden door Huashan Lu.
De Jing’an-tempel is een actieve boeddhistische tempel, waar de gelovigen wierook branden en in kleine schaaltjes eten en drinken offeren bij de boeddhabeelden. De tempel dateert uit de 19de eeuw. De rust in het gele, ommuurde complex vormt een scherp contrast met het omringende gebied, dat is volgebouwd met hoge flats en dure hotels. Er is ook een vegetarisch restaurant bij.
Kinderpaleizen
In Shanghai heeft elk district een eigen kinderpaleis, waar kinderen met een bijzondere aanleg voor bijvoorbeeld tekenen, schilderen, dans, ballet, muziek, gymnastiek of elektronica, zich na schooltijd (meestal 15.30–17.30 uur) in een bepaald vak kunnen ontwikkelen. De eerste kinderpaleizen werden in 1949 opgericht. Het grootste, het Gemeentelijk Kinderpaleis, bevindt zich aan de Yan’an Lu, dicht bij de Jing’an-tempel. Kinderen tussen 7 en 12 worden geselecteerd en krijgen les van beroepsleraren en -leraressen en van vrijwilligers. Alles is gratis. In de training classes krijgen zij eenmaal per week les. Een opleiding voor bijvoorbeeld piano duurt 3 tot 5 jaar. De muziekinstrumenten worden door de staat betaald. Er is tegenwoordig zelfs les in informatica. Maar ook kunnen kinderen er komen knutselen en spelen, zowel op zondagen als in de vakanties. Bezoekers mogen de lessen bijwonen (te regelen via de cits). Na een ontvangst met thee, waarbij een inleiding over het kinderpaleis wordt gegeven en vragen kunnen worden gesteld, wordt men door sterleerlingen door het gebouw geleid. Het principe van de kinderpaleizen, afkomstig uit de voormalige Sovjet-Unie, werd in China voortgezet door Song Qingling, de weduwe van dr. Sun Yat-sen, die tot aan haar dood hoge regeringsposities bekleedde.
Longhua-pagode
De achthoekige Longhua-pagode (40 m hoog, 7 verdiepingen) werd in 977 van steen en hout gebouwd en is de enige pagode van Shanghai.
De pagode is een goed herkenningsteken in het zuidwestelijk gedeelte van de stad. Zij helt enigszins naar één kant over. Het stenen voetstuk stamt nog uit 977. Bronzen klokjes hangen aan de naar boven wijzende hoeken van de overhangende dakranden. De bijbehorende vier tempelhallen, trommel- en klokkentorens en kleinere gebouwen dateren van de Qing-dynastie (1644–1911). In de tempelhallen bevinden zich standbeelden van Boeddha en zijn leerlingen, evenals een 3 m hoog beeld van een Lachende Boeddha. Om de tempelgebouwen heen liggen prachtige tuinen. Het Longhua-park is beroemd om zijn perzikbloesem in de lente.
Lu Xun-park
Lu Xun (1881–1936), de belangrijkste 20ste-eeuwse Chinese schrijver (B p. 315), gaf onder andere college aan de universiteiten van Hangzhou, Guangzhou en Shanghai, schreef gedichten, essays en romans en vertaalde werken uit het Russisch, Japans en Duits.
In 1927 kwam hij naar Shanghai, waar hij bleef tot aan zijn dood in 1936. In 1956 werd zijn stoffelijk overschot met groot ceremonieel overgebracht van het internationale kerkhof in het westelijk stadsgedeelte naar een graf in het Hongkou-park in het noordoosten van de stad, waar Lu Xun altijd ging wandelen. Dit park werd later omgedoopt tot Lu Xun-park. Vóór het graf staat een bronzen standbeeld van de schrijver. De kalligrafie (zes karakters die betekenen: Lu Xuns graf) werd gegraveerd door Mao Zedong. De twee bomen achter het graf werden geplant door Lu Xuns weduwe en door Zhou Enlai.
Bij het Lu Xun-park ligt ook het Lu Xun-museum, gewijd aan leven en werk van de schrijver, met onder andere foto’s, brieven, manuscripten en meubilair. Hier worden verder vertalingen van zijn werken bewaard, alsmede boeken die over hem geschreven zijn en een reconstructie van zijn werk- en slaapkamer.
Sun Yat-sen-museum
In het Sun Yat-sen-museum aan de Xiangshan Lu 7 bevindt zich het huis waar hij van 1918 tot 1924 woonde, voordat hij in 1925 in Beijing stierf. Tijdens zijn leven behoorde dit gedeelte van de stad tot de Franse concessie en heette deze straat Rue Molière. Dr. Sun Yat-sen, sleutelfiguur in de revolutie van 1911, wordt door de Chinezen bijzonder vereerd. In het museum bevinden zich herinneringen aan dr. Sun Yat-sen. Het meeste is authentiek. Aan de muren hangen historische foto’s en documenten.

