Provincies
Tibet
Met dank aan Dominicus en Inge Jansen voor de teksten bij de provincies.
Dominicus reisgidsen staan voor kwaliteit, betrouwbaarheid en een nieuwsgierige blik op de wereld. Een samenwerking tussen Discover China en Dominicus ligt dan ook voor de hand: onze organisaties hebben eenzelfde doel voor ogen, mensen op een prettige manier kennis laten maken met een voor hen misschien onbekend land. De nieuwe website van Discover China vormt een uitstekend uitgangspunt voor een onvergetelijke bezoek naar China, na een blik op deze site is je reis eigenlijk al begonnen...
Meer lezen uit de Dominicus China? Bestel deze gids hier
Tibet
Tibet (3,2 miljoen inwoners), in grootte 32 maal Nederland, beslaat een achtste van de totale grondoppervlakte van China. Behalve aan de Chinese provincies grenst Tibet aan India, Nepal, Sikkim, Bhutan en Birma.
Eeuwenlang is dit mysterieuze boedhistische koninkrijk verscholen geweest in de onherbergzame Himalaya's. De Westerse wereld fantaseerde alleen maar over deze unieke plaats. Het biedt vele kloosters, adembenemende uitzichten en trekkings over de wereld's hoogste bergen. Naast dit alles zijn Tibetanen ook gastvrije en enorm vriendelijke mensen.
Lhasa is de hoofdstad van Tibet. Lhasa is waarschijnlijk een van de meest inspirerende steden ter wereld en is de focus en het spirituele hart van de natie. Er is genoeg te zien in en rond deze stad om je minimaal een week bezig te houden.
Chang Tang, het noordelijke plateau van Tibet, dat bijna de helft van Tibet beslaat, strekt zich uit over een afstand van 1300 km van west naar oost, op een gemiddelde hoogte van 4000 m. Het zuidoostelijke gedeelte van Tibet wordt begrensd door van noord naar zuid lopende bergen, waarvan ook de Himalaya in het zuiden en de Karakorumbergen in het westen deel uitmaken. De bergen worden van elkaar gescheiden door enkele grote rivieren. Tibet heeft ook een aantal grote meren.
In zuidelijk en oostelijk Tibet fungeert de Himalaya als een barrière tegen de talrijke moessonregens; naarmate men noordelijker komt (Centraal-Tibet) vermindert de regenval. In het zuiden van Tibet regent het voornamelijk tussen juni en september.
Op de hoogvlakte van Centraal-Tibet zijn grote temperatuurverschillen. ’s Zomers in de vroege morgen, ’s avonds en ’s nachts kan de temperatuur onder het vriespunt liggen, midden op de dag kan de temperatuur oplopen tot boven de 30 °C. ’s Winters komen temperaturen voor van –40 °C. Het sneeuwt regelmatig, maar door de zon smelt de sneeuw ook gauw weer weg.
Religieuze Festivals
Tibet kent talrijke festivals, vóór 1959 de meest kleurrijke gebeurtenissen in het Tibetaanse leven. Na door de Chinezen te zijn verboden, werden ze in 1985 weer in ere hersteld.
- Tibetaans nieuwjaar (Losar). Wordt februari of begin maart vooral in Lhasa, maar ook in geheel Tibet gevierd met theateropvoeringen en sportieve evenementen als paardenrennen, boogschieten, hoogspring- en hardloopwedstrijden.
- Mönlam-festival (Prayer-festival, sinds de 15de eeuw).
- Ongkor-festival. Dit festival (eind september) wordt gevierd om een goede oogst te verzekeren.
- Saka-Dawa-festival. De viering (mei) van de geboorte, Verlichting en dood van Boeddha Sakyamuni. Tal van pelgrims komen hiervoor naar Lhasa.
- Shotun-festival (Yoghurtfeest: half augustus). Een lampjesfestival, waarbij overal in de raamkozijnen en op de daken boterlampjes worden aangestoken om de dood van Tsong Khapa, de stichter van de gelukpa-sekte te herdenken. Tijdens het festival ziet men veel picknickende Tibetaanse families in parken; in de tuin rond het zomerpaleis zijn dagelijks volksoperavoorstellingen.
- Festival voor het verdrijven van kwade geesten (eind januari).
Lhasa
Lhasa, op 3683 m in het dal van de gelijknamige rivier Lhasa, een zijtak van de Kyichu (Quxu), is de hoofdstad en het religieuze centrum van Tibet. De stad heeft circa 160.000 inwoners, waarvan ongeveer 12 procent Han-Chinezen volgens de officiële Chinese berichtgeving. In werkelijkheid ligt het aantal Han-Chinezen in Lhasa rond 50 procent.
Oorspronkelijk heette de stad, aan het Otang, Rasa, omdat de golven van het meer bij harde wind het geluid ‘ralasa’ maakten. Koning Songtsen Gampo gaf de stad de naam Lhasa (Grond der Goden).
De stad bestaat uit Oud-Lhasa (het Tibetaanse gedeelte rond de Jokhangtempel, in het oosten) en het westelijke modern-Lhasa. Dit laatste deel is het Chinese gedeelte met rechte, brede straten, barakachtige regeringsgebouwen en winkels; het ontstond de afgelopen veertig jaar rond het Potala-paleis.
Bezienswaardigheden
Potala-paleis
Het Potala-paleis, op de Marpori (Rode Berg), 300 m boven de stad, is hét symbool van Tibet. De boeddhisten wijdden de berg aan Avalokiteshvara, de Bodhisattva van Barmhartigheid (Potala: Boeddha’s Berg).
In de 7de eeuw liet koning Songtsen Gampo op deze plek een fort voor zijn Nepalese en Chinese vrouw bouwen. Nadat in de daaropvolgende eeuwen oorlogen, bliksem en brand het paleis grotendeels hadden verwoest, liet de vijfde Dalai Lama het tussen 1645 en 1693 weer opbouwen.
Vanaf 1755, toen de zevende Dalai Lama het Norbulingka-paleis als zomerresidentie liet bouwen, bleef het Potala-paleis tot 1959 in gebruik als winterpaleis. Door de eeuwen heen is het steeds de woonplaats geweest van de Dalai Lama’s.
Het paleis (130.000 m2) met 13 verdiepingen en meer dan 1000 kamers, is ruim 117 m hoog. Van oost naar west beslaat het 400 m, van noord naar zuid 350 m. De stenen muren hebben een gemiddelde dikte van 3 m. Om aardbevingen tegen te gaan, werd in de grondvesten koper gebruikt. De daken zijn gemaakt van verguld koper. De 7de-eeuwse Saint’s Chapel is het heiligste gedenkteken van het Potala-paleis. Het gehele complex bestaat uit een rood en een wit paleis, met een geel gedeelte ertussenin. Van 1991 tot 1995 onderging het Potala-paleis verschillende renovaties, waaronder het versterken van de binnenmuren en het beveiligen van het elektriciteitsnet.
Witte gedeelte
Het Witte Paleis had voornamelijk een administratieve en residentiële functie. Hierin bevinden zich de Oostelijke en de Westelijke woonvertrekken van de Dalai Lama’s, de grote Oostelijke Zaal met muurschilderingen van de vroege Tibetaanse geschiedenis, kantoren, seminarium en drukkerij. Het werd voltooid in 1648 en door de dertiende Dalai Lama uitgebreid tot zijn huidige omvang.
Gele gedeelte
In dit gedeelte van het Potala-paleis werden de grote, met heiligen geborduurde banieren opgeborgen die tijdens de nieuwjaarsfeesten over de zuidkant van het paleis werden uitgehangen.
Vanaf het platte dak, met een aantal ornamenten, typerend voor de Tibetaanse religieuze architectuur, heeft u een fraai uitzicht over de Lhasavallei. De woonvertrekken aan de oostkant van het dak behoorden aan de dertiende en veertiende Dalai Lama. In de binnenste kamer bevinden zich nog het geelkoperen bed en een aantal persoonlijke bezittingen van de huidige Dalai Lama. In de vertrekken aan de westkant woonde de zesde Dalai Lama.
Rode gedeelte
Het Rode Paleis werd voltooid in 1694. Het had een religieuze functie en bevat de graftomben van de vijfde tot en met de dertiende Dalai Lama, de grote vergaderzaal van de monniken, talrijke kapellen en gedenktekens en enkele bibliotheken met boeddhistische geschriften.
Het Rode Paleis telt 3 verdiepingen, waarvan de kapellen op de eerste verdieping gesloten zijn voor toeristen.
Vanaf het Witte gedeelte gaat u via een lange trap rechtstreeks naar het dak van het Potala-paleis, om dan, afdalend, de verschillende verdiepingen te bezoeken.
Grote westelijke zaal (Tsomchen Nub)
De Grote Westelijke Zaal, beroemd om zijn muurschilderingen die het leven van de vijfde Dalai Lama uitbeelden, is het centrum van het Rode Paleis. De troon van de zesde Dalai Lama domineert het vertrek. Er komen vier kapellen op deze zaal uit.
De Noordelijke Kapel bevat een gekroond beeld van Boeddha Sakyamuni (links) en van de vijfde Dalai Lama (rechts), gezeten op prachtige gouden tronen. Links staat de gouden graftombe van de elfde Dalai Lama, die als kind stierf.
De Oostelijke Kapel is gewijd aan Tsong Khapa, omringd door Lama’s van het Sakya-klooster, die Tibet korte tijd hebben geregeerd en hun eigen sekte hadden gevormd, voordat zij door Tsong Khapa werden bekeerd.
De Zuidelijke Kapel is gewijd aan Padmasambhava (of Lopon Rinpoche), de 8ste-eeuwse Indiase tantrische Lama, die in 747 naar Tibet kwam en de stichter was van de nyingmapa-sekte.
De Westelijke Kapel, met vijf gouden stoepa’s, bevat de centrale stoepa van sandelhout met het gemummificeerde lichaam van de vijfde Dalai Lama. De stoepa, bedekt met 3727 kg goud en halfedelstenen, bestaat uit drie verdiepingen en is 14,8 m hoog. Links is de grafstoepa van de twaalfde Dalai Lama, rechts die van de tiende.
De graftombe van de dertiende Dalai Lama (1933) kan alleen bezocht worden in gezelschap van een monnik of een gids van cits. De enorme stoepa (14 m hoog) bevat kostbare juwelen. Godsdienstige offeranden omvatten slagtanden van olifanten uit India, porseleinen leeuwen en vazen en een pagode, gemaakt van 200.000 parels. Fijn afgewerkte muurschilderingen in traditionele stijl tonen 20ste-eeuwse gebeurtenissen uit het leven van de dertiende Dalai Lama.
De Drakenkoningvijver, waarin de zesde Dalai Lama de Drakenkoningtempel liet bouwen, ligt achter het Potala-paleis.
De rivier de Lhasa
Soms kunt u vroeg in de morgen boten van jakhuid huren voor een tochtje op de Lhasa. Vanaf het eiland Jarmalinka (Gumolingka) heeft u een goed uitzicht op het Potala-paleis. Op zondagmorgen komen de Tibetanen zelf graag op het eiland picknicken. Tijdens het zeven dagen durende Wasfestival (september) ziet u overal badende Tibetanen.
Norbulingka Zomerpaleis
Het Norbulingka (Juwelenpark) Zomerpaleis (ca. 40 ha) ligt 3 km ten westen van het Potala-paleis. Nadat de zevende Dalai Lama in 1755 met de bouw was begonnen, liet elke volgende Dalai Lama er eigen gebouwen aan toevoegen.
Het oudste gebouw is het Kelzang Podrang Paleis, genoemd naar de zevende Dalai Lama Kelzang Gyatso die in 1755 opdracht gaf tot de bouw van dit paleis.
Nieuwe Paleis
In 1954 liet de huidige Dalai Lama dit paleis in de traditionele Tibetaanse architectuur bouwen. Tijdens de opstand van 1959 en de Culturele Revolutie werd het paleis zwaar beschadigd, maar daarna gerestaureerd. De mooi bewerkte toegangspoort werd onder de dertiende Dalai Lama gebouwd.
Boven bevinden zich een troonzaal met muurschilderingen die uitgebreid de geschiedenis van Tibet illustreren, de privé-vertrekken van de Dalai Lama (zitkamer, slaapkamer en bibliotheek met meditatieruimte), ontvangstzaal ingericht in Franse stijl, met daarin de gouden troon van de Dalai Lama alsook een sandelhouten altaar. Verder is er het verblijf van zijn moeder.
Alles is nog in dezelfde staat als toen de Dalai Lama het paleis in 1959 verliet. In het woonvertrek staan nog een antieke Philips-radio en -grammofoon met 78-toerenplaten. In de tuin achter het Nieuwe Paleis liggen enkele wrakken van aan de dertiende Dalai Lama geschonken auto’s: een Dodge (1931) en twee baby-Austins (1927).
Tijdens het Yoghurtfeest (Shotun) in augustus stromen de Lhasa-inwoners naar het park om te picknicken en zijn er dagelijks voorstellingen van Traditionele Volksopera te zien.
Jokhangtempel
De meest heilige tempel van Tibet, de Jokhangtempel in het centrum van Lhasa, werd in 650 gebouwd door koning Songtsen Gampo en, in tegenstelling tot andere Tibetaanse kloosters, gebruikt door alle sekten.
De koning zou de tempel (destijds Trulnangtempel geheten) hebben laten bouwen om er het bronzen beeld van Akshobhya Boeddha in onder te brengen, hem door zijn Nepalese echtgenote geschonken. Later werd het beeld Jowo Sakyamuni, dat de koning van zijn Chinese echtgenote kreeg en dat eerst in de Ramochetempel stond, naar de Trulnangtempel overgebracht. Toen kreeg deze de naam Jokhangtempel (Schrijn van Jowo). Het andere beeld ging naar de Ramoche-tempel.
Waarschijnlijk heeft de uitwisseling van de twee beelden pas in de 8ste of 9de eeuw plaatsgevonden. Het kan ook zijn, dat Wen Cheng het beeld van Jowo Sakyamuni na de dood van Songtsen Gampo naar de Jokhangtempel heeft laten brengen.
In 1409 introduceerde Tsong Khapa, de stichter van de geelkap-sekte, het Monlam Qinbo (Grote-Gebedsfestival) en riep hij de Jokhangtempel uit tot belangrijkste plaats voor religieuze vieringen van de geelkap-sekte. In maart 1988 en 1989 vormde dit festival voor de monniken aanleiding te betogen tegen de Chinese overheersing.
Op het voorplein van de tempel voeren Tibetanen de kjangchag uit. Ze doen dit op weg naar het beeld van Jowo Sakyamuni, het oudste en meest kostbare beeld van Tibet. Het grote plein wordt ook gebruikt als ontmoetings- en demonstratieplaats.
De Jokhangtempel (vier verdiepingen) werd tussen de 7de en 17de eeuw diverse malen uitgebreid, met name door Tsong Khapa (15de eeuw) en de vijfde Dalai Lama (17de eeuw). Na de Culturele Revolutie vond de heropening plaats (1979).
Bij de ingang staan twee grote gebedswielen, die door de talrijke pelgrims de hele dag draaiende worden gehouden. Via een portaal met beelden van de vier Beschermkoningen komt u op het open binnenplein. Dit heeft een oppervlakte van 32 bij 39 m. Muurschilderingen beelden onder andere de vijfde Dalai Lama, de zesde Panchen Lama, de duizend boeddha’s, de zegeningen van het nirvana of de gruwelen van de hel uit. Achteraan branden rijen jakboterlampjes op een lang altaar.
Achter het altaar leidt een gang naar de hoofdzaal, die omringd is door 17 kapellen, gewijd aan boeddhistische godheden, Indiase heiligen en Tibetaanse koningen. De belangrijkste hiervan is de kapel van Jowo Sakyamuni, het heiligste beeld van Tibet.
Barkhor Bazar
Het gebied rond de Jokhangtempel, Barkhor Bazar, is vol met markten, winkeltjes, stalletjes en straatverkopers. Het is het pelgrimscircuit rond de Jokhang. Pelgrims lopen de ronde met de richting van de klok mee. Hier lopen ook Khampa’s uit oostelijk Tibet. Zij zijn te herkennen aan de rode band in hun haar, de vrouwen dragen turkooizen en amber in hun haar.
Vanuit de bazaar lopen keienstraatjes met aan weerskanten witte huizen met twee verdiepingen en houten lijsten voor dak en ramen. Voor de ingang van de Jokhangtempel staan twee witte wierookovens waar constant jeneverbestakken worden gebrand als reinigingsritueel.
Moslimwijk
De moslimgemeenschap van Lhasa heeft een populatie van zo’n 2000 mensen. Al heel vroeg werd Tibet bezocht door moslims uit Ladakh. Tijdens de regering van de vijfde Dalai Lama, die in de 17de eeuw Ladakh op religieus gebied bij Tibet betrok, bloeide een kleine moslimgemeenschap in Lhasa op. Later kwamen er nog immigranten uit de moslimgebieden ten noorden van Tibet bij. Velen van hen waren werkzaam als slagers.
De hoofdmoskee is gelegen in een klein straatje dat vanaf de achterkant van de Jokhangtempel naar de Linkuo Donglu leidt. De architectuur van de moskee is Tibetaans-islamitisch. De kleine moskee bevindt zich op Linkuo Nanlu, ten zuiden van de Jokhang. Deze heeft een badruimte en een koranleeszaal.
Ramoche-tempel
De Ramoche-tempel (3 verdiepingen), vaak bij vergissing ‘Kleine Jokhang’ genoemd, ligt in een van de kleine straatjes achter Beijing Donglu, nabij de markt in het noordelijke gedeelte van Oud-Lhasa. Oorspronkelijk stond hier het beeld van Jowo Sakyamuni, maar dat werd in de 7de eeuw naar de Jokhang-tempel overgebracht.
Tijdens de Culturele Revolutie werd de tempel geplunderd en gedeeltelijk vernietigd, maar later gerestaureerd.
Het centrale beeld in deze tempel is dat van Akshobhya Boeddha, naar Tibet gebracht door de Nepalese vrouw van koning Songtsen Gampo. Het beeld is tijdens de Culturele Revolutie in tweeën gehakt, de ene helft werd nadien ergens in Lhasa gevonden, de andere in Beijing. De Akshobhya Boeddha staat in de Tasngkhang, een kleine kapel aan het eind van de hoofdzaal.
Ani Sangkhung nonnenklooster
Dit kleine actieve klooster is een van de drie nonnenkloosters in Lhasa; het telt op het ogenblik zo’n 80 nonnen. U vindt het in een klein straatje dat in zuidoostelijke richting vanaf de Barkhor loopt, in de omgeving van de moskee. Het centrale beeld in de hoofdzaal is een 1000-armige Chenrezig. Verder zijn er beelden van onder andere Tsongkhapa, Sakyamuni, Witte Tara en Groene Tara.
Kloosters in de omgeving van Lhasa
Drepung-klooster
Het Drepung-klooster, eens het grootste en rijkste klooster, en centrum van wereldlijke macht, bestaat uit een aantal witte gebouwen die tegen de heilige berg Gephel Utse aan liggen. De naam Drepung (Rijstbergstapel) is afkomstig van de Tibetaanse vertaling van Dhanyakataka (Sanskriet), de naam van een tantrische tempel in Zuid-India.
Het klooster is in 1416 gesticht door Jamyang Choje, een leerling van Tsong Khapa en werd in de 17de eeuw uitgebreid door de vijfde Dalai Lama.
Eens had het Drepung-klooster meer dan 10.000 monniken, 700 onderkloosters en bezat het grote landgoederen. In 1959 verbleven er nog 6000 monniken waarvan de helft, inclusief alle hoge Lama’s, met de Dalai Lama meevluchtte naar India. Tegenwoordig verblijven er nog 600 monniken en novieten in het klooster.
Via stenen trappen bereikt u de kloosterstad. Verschillende paden leiden omhoog naar het kloostercomplex, dat bestaat uit het Ganden Paleis, een hoofdzaal met binnenplein, vier tantrische colleges (tratsang) en wat woonvertrekken van de monniken, opslagruimten en een kapel.
Ganden Paleis
Het Ganden Paleis was de residentie van de tweede tot de vijfde Dalai Lama, en het centrum van waaruit de Tibetaanse regering opereerde. Na de voltooiing van de Potala in de 17de eeuw verhuisde de vijfde Dalai Lama naar het Potala-paleis. De wanden hebben fraaie gouden schilderingen. Verder ziet u de troon van de Dalai Lama’s, een beeld van de vijfde Dalai Lama, en boekenrekken met delen van de Tangyur- en Kangyur-manuscripten. Het gebouw ligt op het pelgrimscircuit voordat u bij de hoofdzaal komt.
Hoofdzaal
Een steile trap leidt naar een binnenplein waar jaarlijks tijdens het Yoghurtfestival Cham-voorstellingen worden uitgevoerd. Daarna bereikt u de hoofdzaal, het grootste gebouw van Drepung, dat drie verdiepingen telt.
Tantrische colleges
Het klooster was verdeeld in zeven tantrische colleges (tratsangs), waarvan er vier over zijn. Hier werden verschillende aspecten van het boeddhisme onderwezen. Elk college had zijn eigen gebedszaal, slaapzalen en kantoren.
In het Loseling-college, het grootste van de vier, bevindt zich een uitgebreide bibliotheek, alsook afbeeldingen van de vijfde, zevende, achtste en dertiende Dalai Lama. Er zijn drie kapellen en nog een kapel op de eerste verdieping, opgedragen aan de beschermgoden waaronder Mahakala.
Heuvelopwaarts ligt de gebedszaal van het Tashi Gomang-college, het tweede grootste, met muurschilderingen die de 108 episoden van Sakyamuni uitbeelden.
Op de rode deuren van de kleine gebedszaal van het Ngakpa-college zijn fijne gouden tekeningen aangebracht met de geschiedenis van de Dalai Lama’s en Panchen Lama’s. Het college werd gebouwd in 1419 en diende als vooropleiding voor hogere tantrische studies in Lhasa. Iets lager ligt het kleinste college, het Deyang-college, opgedragen aan de acht medicijnboeddha’s.
Nechungklooster
Ongeveer 1 km ten zuidoosten van Drepung bevindt zich het Nechungklooster, eens de zetel van het Staatsorakel van Tibet (nu in Dharamsala, India). In de hoofdtempel bevinden zich goed bewaarde fresco’s en thangka’s.
Sera-klooster
De naam van het Sera-klooster (Genadevolle Hagel) geeft blijk van rivaliteit met het Drepungklooster (Rijstbergstapel), omdat hagel rijst vernietigt.
Sera, met 7000 monniken vroeger kleiner dan Drepung, was zeer rijk en machtig. Tegenwoordig verblijven er 300 monniken.
Het klooster werd in 1419 gesticht door Sakya Yeshe (Xiajia Yixi), een van Tsong Khapa’s acht leerlingen. Het werd beroemd om zijn tantrisch onderwijs. Het Drepungklooster was vooral bekend om zijn besturende rol. De monniken van het Sera-klooster werden als bijzonder knap en gevaarlijk beschouwd. Zij rebelleerden ook meer dan eens. Het kleine kloosterleger van krijgsmonniken (dobdobs) werd alom bewonderd en gevreesd.
Het Sera-complex bestaat uit een hoofdzaal, drie colleges en verscheidene woonvertrekken.
Het eerste college dat te zien is als u de ronde kloksgewijs loopt, is het Sera Me-college (2 verdiepingen). In de centrale hal staat een koperen beeld van Sakyamuni Boeddha, met aan zijn zijde een Maitreya, Manjushri en een Amitayus.
Het volgende gebouw is het Ngakpa-college, dat vooral gericht was op tantrische studies. Het belangrijkste beeld is dat van Sakya Yeshe, de stichter van het Sera-klooster.
De heilige kapel van het Sera Je-college bevat een demon met een paardenhoofd, Ayaguriba, wiens oorsprong teruggaat tot de Bon-religie. Achter dit gebouw bevindt zich de debatteertuin, waar novices zich voorbereiden op kloosterexamens door op rituele wijze schijndebatten te houden. Ook de examens vinden hier plaats.
De rotsschilderingen van het Sera-klooster bevinden zich op de oostelijke heuvelrug. Van hieruit kunt u de hoofdzaal (Tsokchen) bezoeken Dit vier verdiepingen hoge gebouw heeft in de eerste kapel (Jampa Lakhang) de grootste schat van het klooster: Chenrezig van bladgoud, met honderden handen en ogen. Vanaf het dak en vanuit de gebedszaal is een enorme, 6 m hoge Maitreya Boeddha te zien.
Gandenklooster
Het Gandenklooster werd in 1409 door Tsong Khapa gesticht. Het was de bakermat van de geelkap-sekte en vroeger het op een na grootste klooster van Lhasa met meer dan 4000 monniken. In 1959 en tijdens de Culturele Revolutie werd het Gandenklooster nagenoeg geheel verwoest; inmiddels is al een groot deel van de gebouwen gereconstrueerd.
De tombe van Tsong Khapa werd ook door de Rode Gardisten vernield, alleen een klein stukje van zijn schedel bevindt zich nu nog in de nieuwe stoepa. In het klooster worden gebedsboeken met de hand gedrukt.
Het pelgrimscircuit (kora) rond het Gandencomplex is een aanrader, het biedt prachtige uitzichten over de Kyichu-vallei en de omringende sneeuwbergen.
Gyantse
De weg van Lhasa naar Gyantse gaat langs het Yamdrok Tso (4408 m), dat bekend staat als het Turkooizen Meer. Het is een van de vier heilige meren van Tibet en met een oppervlakte van 750 m2 het grootste van Zuid-Tibet. Pelgrims omcirkelen in zeven dagen het hele meer. De top van de Kambala-pas (4794 m) biedt een weids uitzicht over dit schorpioenvormige meer.
Via het stadje Nagartse (4500 m) gaat het weer bergopwaarts naar de top van de Karola-pas (5045 m). Zo’n 20 km na deze pas ligt – ongeveer 5 km van de hoofdweg af – het Ralung-klooster, een van de hoogstgelegen kloosters van Tibet. De weg loopt langs de Nyangchu-rivier, langs rotsachtige heuvels tot in een smalle vallei. Bij de stad Gyantse gaat het landschap over in een brede, vruchtbare vallei tot aan Shigatse.
De stad Gyantse, op 3950 m, is grotendeels Tibetaans van karakter. Vroeger was het in grootte de derde stad van Tibet, na Lhasa en Shigatse. De stad lag zeer strategisch op een kruispunt tussen Shigatse (afstand 95 km) en Lhasa (afstand 262 km), maar sinds de opening van de nieuwe Vriendschapsweg die Lhasa rechtstreeks met Shigatse verbindt, is er beduidend minder handelsverkeer dat Gyantse passeert.
Geschiedenis
Gyantse was eeuwenlang een belangrijke marktplaats en militair centrum en in de 15de eeuw ook handelscentrum. Honderden jaren trokken jakkaravanen, beladen met schapen- en jakwol, naar Gyantse. De stad, met een fort, was de poort naar de buitenwereld. In 1365 werd aan de westkant van de lange hoofdstraat het Palkhorklooster gesticht, dat met 3000 monniken de stad al snel ging domineren.
Gyantse weerstond als citadel (dzong) en met zijn miniatuur Chinese Muur rondom het klooster talrijke invallen vanuit het zuiden.
In 1904 viel de stad in handen van de Engelsen. Door de handelsovereenkomst die Tibet als gevolg hiervan werd opgedrongen, moest de traditionele karavaanroute naar Nepal en China plaatsmaken voor een nieuwe handelsroute naar India. Gyantse kreeg hierdoor economisch een enorme terugval. In 1954 werd de stad bijna vernietigd door een overstroming. Na de inval van de Chinezen vluchtten ook van hier talrijke ambachtslieden naar India.
Bezienswaardigheden
Palkhorklooster
Het in 1427 in 15de-eeuwse Nepalese Newari-stijl gebouwde Palkhorklooster was het grootste van Tibet. Het rijke en machtige klooster bezat de marktplaats van Gyantse en inde de pacht van de kooplieden. De Newari (afstammelingen van de oudste bewoners van de Kathmandu-vallei) waren in Tibet veelgevraagde kunstenaars, in het bijzonder de frescoschilders. Het klooster, waartoe de stoepa Pango Chorten (Kumbum) behoort, werd gedurende de Culturele Revolutie vernietigd, maar wordt inmiddels gerestaureerd.
Behalve de stoepa zijn slechts de hoofdgebedszaal (met oorspronkelijke kunst), enkele kapellen met bodhisattva-beelden, een slaapzaal voor de 17 monniken en een thangka overgebleven. De muren van een van de kapellen op de lage dakverdieping zijn omzoomd door lakwerkbeelden van zittende heiligen, in Indiase stijl. In een kapel op de bovenste dakverdieping zijn 15 mandala-muurschilderingen van elk 3 m.
Pango chorten
De stoepa, de grootste bezienswaardigheid van Gyantse, heeft een vergulde toren met 13 ringen: de 13 stappen naar de Verlichting. Beneden bevinden zich 4 grote kapellen en 16 kleinere kapellen, met mooie voorbeelden van de Newari-kunst. Pelgrims bezoeken alle kapellen, met de klok mee de verdiepingen naar boven lopend, in een symbolische reis naar het nirvana.
Gyantse-dzong
Het fort van Gyantse werd recentelijk gerestaureerd en heeft nu een museum over de Britse invasie waar toegelicht wordt hoe de Chinezen de Britten hebben overwonnen. Het fort op zichzelf biedt weinig bijzonders, hoewel het uitzicht over Gyantse en omgeving zeker de moeite van de klim loont.
Shalu-klooster
Dit klooster met zijn grijze muren en groen betegeld dak, ligt ca. 19 km ten zuidoosten van Shigatse, ca. 4 km ten zuiden van de hoofdweg Shigatse–Gyantse. Het klooster, gebouwd in de 11de eeuw, kreeg vooral bekendheid in de 14de eeuw door zijn abt Büton Rinchen Drup (1290–1364), die grote invloed had op het Tibetaanse boeddhisme. Het werd zelfs het centrum van de kleine, door hem gestichte Büton-sekte.
Het Shalu-klooster bestond uit een hoger gelegen, in Tibetaanse stijl gebouwd gedeelte en een lager, in Chinese stijl opgetrokken deel (Serkhang). Het eerste gedeelte werd tijdens de Culturele Revolutie verwoest, het andere verkeert nog in redelijke staat.
Bekend zijn de muurschilderingen, en vooral de mandala’s (een specialiteit van het Shalu-klooster), die helaas nog niet zijn gerestaureerd.
Shigatse
Shigatse (80.000 inwoners), na Lhasa de grootste stad van Tibet, Tsang genoemd, ligt op 3900 m hoogte, in een rijk landbouwgebied. In de 100 km lange vallei tussen Gyantse en Shigatse worden raapzaad, gerst, tarwe, bonen en andere soorten groenten verbouwd. De stad ligt als een hoefijzer rond een rots, waarop vroeger een fort stond. Aan de westkant, aan de voet van de berg Dromari, ligt het Tashilhunpo-klooster. Dit is een van de vier grootste kloosters van Tibet.
Shigatse is het administratieve centrum van een groot gebied, vroeger Tsang genoemd. Eertijds was het zowel vesting als kloosterstad. Tegenwoordig heeft Shigatse een groot oud gedeelte naast een modern Chinees deel met saaie betonblokken. Rond de ingang van het Tashilhunpo-klooster ligt het Tibetaanse gedeelte.
Bezienswaardigheden
Tashilhunpo-klooster
Tashilhunpo (Stapel van Roem) werd in 1447 gesticht door de neef en tevens jongste leerling van Tsong Khapa. Het was een van de spectaculairste en tegenwoordig een van de actiefste kloosters van Tibet. Het Tashilhunpo-klooster is de zetel van de Panchen Lama.
De uitbreiding van het klooster vond voornamelijk plaats onder de vierde, vijfde en zesde Panchen Lama, nadat de geelkap-sekte onder de vijfde Dalai Lama de officiële religie van Tibet was gaan vertegenwoordigen.
Ook het Tashilhunpo-klooster, met eertijds meer dan 4000 monniken, had vier tantrische colleges, elk met een eigen abt. Na de dood van een Panchen Lama zochten deze vier abten naar zijn incarnatie. In 1960 werd het klooster door de Chinezen ontmanteld. Tegenwoordig verblijven er 610 monniken, waarvan 110 novicen. Het meest opmerkelijke is een enorme thangka-muur (negen verdiepingen), die vanuit de stad duidelijk zichtbaar is. Aan de oostkant rond een grote binnenplaats bevinden zich onder andere de hoofdgebedszaal, een soetrazaal en kapellen.
Vanaf de hoofdpoort loopt een weg in noordelijke richting tussen witte stenen gebouwen en binnenplaatsen met kleinere gebedszalen, een debatteertuin, slaapzalen en werkplaatsen. Pelgrims brengen als offergaven zakken tsampa mee.
Maitreyatempel
Dit hoge gebouw links van het kloostercomplex werd in 1914 onder de negende Panchen Lama gebouwd. De tempel werd gebouwd om een 26,2 m hoog beeld van de Maitreya Boeddha (met 279 kg goud en 150.000 kg koper) te huisvesten. Eén enkele vinger is 1,2 m. Het beeld is opgebouwd rond een enorme juniperboom van het Reting-klooster. Duizend afbeeldingen van de Boeddha in goud versieren de muren van de tempel.
Paleis van de Panchen Lama
Binnen in het Paleis van de Panchen Lama (Gudong) geeft een kleine binnenhof toegang tot de Kudung Lhakhang, een kapel met de kostbare, 11 m hoge graftombe (1662, in de vorm van een stoepa) van de vierde Panchen Lama. De graftombe bevat 85 kg goud en ontelbare halfedelstenen.
Links is een beeld van Amitabha, de Boeddha van Oneindig Licht, waarvan de Panchen Lama’s incarnaties zijn. Hogerop liggen kapellen met geborduurde zijden thangka’s over de levens van alle Panchen Lama’s, in de jaren twintig in Hangzhou gemaakt. De woonvertrekken van de Panchen Lama zijn niet langer geopend voor publiek.
Kelzang-tempel
De muren aan de oostkant van de grote binnenhof (Kelzang Khyamra) zijn bedekt met 1000 kleine Boeddha’s Sakyamuni, hun handen in vijf symbolische houdingen (mudra’s).
De galerij om de binnenhof leidt naar kapellen aan de oostkant met honderden kleine boeddhabeeldjes. Erachter ligt een Soetrazaal, waar 10.000 met de hand gesneden houtblokken worden bewaard, gebruikt voor het drukken van de boeddhistische geschriften. Dit zijn meestal vertalingen in het Tibetaans vanuit het Sanskriet. Er worden ook gebedsvlaggen en Tibetaanse maankalenders gedrukt; deze zijn te koop.
De hoofdgebedszaal bevat de troon van de Panchen Lama en twee kapellen die met de gebedszaal verbonden zijn. De kapel aan de linkerzijde, gewijd aan Sakyamuni, heeft acht in brokaatmantels afgebeelde bodhisattva’s. Die aan de rechterzijde is gewijd aan Tara, de meest geliefde vrouwelijke godheid, godin van de vruchtbaarheid en speciale beschermster van het Tibetaanse volk. Haar beeld bevindt zich op meer plaatsen in het klooster. Een Witte Tara (verbonden met de dag) staat midden op het altaar; aan weerskanten staat een Zwarte Tara (verbonden met de nacht).
Shigatse-dzong
In het vroeger zo machtige, hoog op een rots gelegen fort (15de eeuw) werd de vijfde Dalai Lama officieel geïnstalleerd als geestelijk en wereldlijk hoofd van Tibet. In 1961 is het fort, eens een kleine Potala, bijna geheel vernietigd.
Markt
De markt bestaat uit een straat met stalletjes, vol kleding, leer, koperwaar, jakboter, vlees en groenten, yoghurt en brood.
Sakya
Sakya (4280 m), wat grijze aarde betekent, dankt zijn naam aan de unieke kleur van de bebouwing: grijs met verticale witte, rode en blauwe strepen. Gezegd wordt dat deze staan voor de drie belangrijkste bodhisattva’s, Avalokiteshvara, Manjushri en Amitabha. Bijna een eeuw lang bleef dit klooster het wereldlijke en religieuze centrum van Tibet; daarna werd het Tashilhunpo-klooster het religieuze centrum van Tsang. Sakya ligt prachtig in een vallei op 154 km ten zuidwesten van Shigatse.
Sakya-klooster
Dit klooster werd in de 11de eeuw gesticht. De roem van de abt Sakya Pandit bereikte Mongolië. Djenghiz Khan gaf het klooster de heerschappij over Centraal-Tibet. Toen Sakya Pandit Djenghiz Khan bezocht, nam hij diens negenjarig neefje, Phagsa, mee terug. Later werd Phagsa de grootste abt van het klooster en de levenslange geestelijke raadsheer van de Kublai Khan. In de tweede helft van de 13de eeuw mocht het klooster van de Kublai Khan over geheel Tibet regeren. Het klooster bestaat uit twee gedeelten, gescheiden door de Trum-rivier.
Het noordelijke klooster
Van dit oudste gedeelte, gebouwd in 1071, is door de Culturele Revolutie weinig overgebleven. Er waren 108 kapellen en woonvertrekken voor de 3000 monniken. U kunt er door het Tibetaanse dorp en langs hier en daar overgebleven tempelgebouwen wandelen.
Het zuidelijke klooster
Dit gedeelte, dat werd gebouwd in 1268, ziet eruit als een vierkant fort, met wachttorens op elk van de hoeken van de dikke rode muren. Direct tegenover de ingang aan de oostzijde is de ingang naar de centrale binnenhof, omgeven door kapellen en de Hoofdhal (aan de westkant). In de zuidelijke kapel bevindt zich een bibliotheek met zeldzame boeddhistische geschriften. Boven op de muren van het klooster heeft u een prachtig uitzicht over de omgeving. In 1959 vluchtte de toenmalige abt naar India.
Van Shigatse naar de grens met Nepal
De 725 km lange Vriendschapsweg loopt van Lhasa naar de grens. Vanaf Shigatse rijdt u door rivierbeddingen en langs grote rotsblokken naar de Tsola-pas (ca. 4500 m) en vervolgens door een vlakte naar het stadje Lhatse (4050 m). Zo’n 30 km voor Lhatse is de afslag naar Sakya. Na nog een smalle vallei bereikt u de Gyatsola-pas (5220 m).
Bij helder weer zijn van hieruit de sneeuwtoppen van de Himalaya-keten te zien. In dit gebied ziet u vaak nomaden met hun jak- en schaapskudden.
Na ca. 75 km komt u in Shegar, ook wel Nieuw Tingri genoemd. Dit plaatsje, op 4390 m, had vroeger een hooggelegen fort en klooster. De plaats bestaat nu uit een oud-Tibetaans gedeelte en een (groter) Chinees gedeelte. Boven het oude dorp is nog een gedeelte van de muur van het fort en het gerestaureerde klooster (uit 1266) te zien. Na Shegar is er een afslag naar Rongbuk, van waaruit Everest-expedities vertrekken.
Vervolgens bereikt u het oude Tingri of Lao Tingri (4390 m), een klein dorpje. Ook van hieruit zijn bij helder weer de toppen van een aantal 8000’ers te zien, zoals Mount Everest, Lhotse, Makalu en Cho Oyu, de hoogste bergtoppen ter wereld. Lao Tingri was destijds een belangrijke handelspost, waar sherpa’s uit Nepal met de Tibetanen rijst, graan en ijzer wisselden tegen Tibetaanse wol en zout. De naam van de plaats duidt op de Tingri-vlakte, een 30 km brede, hooggelegen vlakte (boven de 4500 m), met sneeuwpieken aan de horizon.
Als het dal smaller wordt, gaat de weg omhoog naar een landschap van droge, grintachtige heuvels. Daarna komt u (441 km van Shigatse) over de Lalungla-pas, die uit twee delen bestaat: de eerste is 5050 m, om meteen verder te stijgen tot 5124 m, met opnieuw een prachtig uitzicht over de sneeuwtoppen van de Himalaya. In het westen kunt u van hieruit de Shisha Pangma zien. Deze pas markeert de rand van het woestijnland.
De volgende 90 km daalt de weg dwars door bergkloven snel af naar de pijnbossen van Nyalam (3750 m), aan de kop van een erg steile kloof. Ca. 10 km voor Nyalam ter hoogte van het dorpje Zhonggang ligt het Pengyeling-klooster. Het staat op de plaats waar de geliefde Tibetaanse heilige Milarepa (1040–1123), grondlegger van de Kagyupa-sekte, jaren van zijn leven in een grot doorbracht. Hij liet duizenden liederen en gedichten na.
Vanaf de linkerkant van de hoofdweg leidt een pad door het dorp naar de rivier, waar op een terras met uitzicht over de rivier dit kleine klooster, bestaande uit een gebedshal en een vestibule, is herbouwd. Een eerder, 17de-eeuws klooster op deze plaats, gebouwd voor de monniken die hierheen kwamen, werd in 1966 geheel verwoest. Via de vestibule kunt u de grot betreden. Deze wordt als heiligdom door twee monniken onderhouden. In een glazen vitrine staat een beeld van Milarepa, met zijn rechterhand achter zijn rechteroor luisterend naar zijn eigen gezang. Langs het pad naar de grot liggen offeranden (versierde stenen) van pelgrims en overal groeien zoetgeurende kruiden en wilde bloemen.
’s Zomers is de 50 km lange weg tussen Zhalangmu en Barahbise (Nepal) na regenval soms slecht begaanbaar en kan zelfs hier en daar door aardverschuivingen geheel zijn weggeslagen.
De 35 km lange rit door de kloof naar Zhangmu is ijzingwekkend. Hoge kliffen omsluiten de snelstromende rivier. De weg gaat steil op en neer. Handelaren uit Nepal, die de karavaanroute bereisden, noemden Nyalam wegens dit gevaarlijke dal ‘De Poort naar de Hel’. Naarmate de weg daalt, komen er meer struiken en bomen, watervallen en oerwoud; ook pijnbomen zijn er veel.
Zhangmu
Zhangmu, 31 km na Nyalam en de laatste plaats in Tibet, ligt op 2300 m, halverwege een steile berghelling boven de Matsang Tsangpo-rivier die verder stroomt richting Nepal. Deze stad, die eeuwig een modderpoel lijkt te zijn, is een typisch grensplaatsje waar Tibetanen, Chinezen en Nepalis af en aan lopen met hun handelswaar. Voordat u vanuit Zhangmu Tibet verlaat en door het niemandsland (een bebost dal) afdaalt naar de Vriendschapsbrug (de grens tussen Tibet en Nepal), moet u het Chinese geld omwisselen naar Nepalese rupees. Dit kan zowel in de Bank of China als op straat. In Zhangmu is ook een postkantoor waar u internationaal kunt telefoneren. Zodra de Chinese douanepost is gepasseerd, wordt Nepalees geld gebruikt. De Nepalese douanepost is 2 km na de brug in het dorp Kodari (1660 m). Reizigers zonder Nepalees visum kunnen dit hier alsnog kopen, als u een pasfoto heeft. Het tijdsverschil tussen Nepal en Tibet is 2 uur 15 minuten.
Vanaf de Vriendschapsbrug loopt de weg over een afstand van 122 km langs de Matsang Tsangpo-rivier (Sunkosi in het Nepali) naar Kathmandu.

