Provincies
Zhejiang
Met dank aan Dominicus en Inge Jansen voor de teksten bij de provincies.
Dominicus reisgidsen staan voor kwaliteit, betrouwbaarheid en een nieuwsgierige blik op de wereld. Een samenwerking tussen Discover China en Dominicus ligt dan ook voor de hand: onze organisaties hebben eenzelfde doel voor ogen, mensen op een prettige manier kennis laten maken met een voor hen misschien onbekend land. De nieuwe website van Discover China vormt een uitstekend uitgangspunt voor een onvergetelijke bezoek naar China, na een blik op deze site is je reis eigenlijk al begonnen...
Meer lezen uit de Dominicus China? Bestel deze gids hier
Zhejiang
Zhejiang is een van de kleinste en meest ontwikkelde provincies van China. Het noorden is een vlak landbouwgebied, doorsneden door kanalen. Het zuiden is bergachtig en ruig. Er wonen ca. 50 miljoen mensen.
Hangzhou – Stad aan de Overkant van de Rivier – is de hoofdstad van de provincie Zhejiang. De stad (5,2 miljoen inwoners, inclusief zeven omringende gewesten) ligt aan de rivier de Qiantang, aan het zuidelijke uiteinde van het Grote Kanaal. Vooral de omgeving van Hangzhou, met aan de westzijde van de stad het prachtige Westmeer, heeft eeuwenlang een grote aantrekkingskracht uitgeoefend. Een Chinees gezegde bevestigt dit: ‘In de hemel is het paradijs, op aarde zijn Suzhou en Hangzhou’.
Bezienswaardigheden
Het Westmeer
Volgens een legende viel een parel – in de Melkweg door een draak en een feniks gemaakt – op aarde en veranderde in het Westmeer. In werkelijkheid bestond vroeger het gehele gebied (nu Westmeer en Hangzhou) uit een ondiepe baai in de wijde monding van de Qiantang, aan drie kanten door groene heuvels omgeven. Hier vestigden zich de eerste bewoners. Waarschijnlijk werd al in de 1ste eeuw geprobeerd een kunstmatige grens tussen baai en rivier te maken. In ieder geval slibde in de daaropvolgende eeuwen de afvoer tussen baai en rivier dicht en ontstond er langzamerhand een binnenmeer. In de Tang-dynastie werd Hangzhou bekend om zijn landschappelijke schoonheid en werd er gesproken over een groot zoetwatermeer. Twee grote Chinese dichters hebben zich met het verfraaien en bruikbaar maken van het meer beziggehouden. De dichter Bai Juyi (772–846) werd in 822 gouverneur van Hangzhou en liet de eerste dijk in het meer bouwen. In de 10de eeuw werden enkele pagoden en kloosters gebouwd. In de eerste helft van de 11de eeuw werd het meer vergroot. De dichter Su Dongpo (1036–1101) werd in 1089 gouverneur van Hangzhou. Hij liet de bodem van het meer en de stadskanalen uitdiepen, een tweede dijk langs de westzijde van het meer aanleggen en de oevers verfraaien met tuinen en parken.
Het meer en Hangzhou zijn prachtig te zien vanaf de Wu-heuvel, in het zuidelijke stadsgedeelte. Op de heuvel zijn een paviljoen en uitzichtterrassen. Vroeger waren hier meer dan 30 tempels, onder andere gewijd aan de goden van de stad. U kunt het Westmeer ook van alle kanten bewonderen door langs de oevers te wandelen of te fietsen, in de parken en paviljoens langs het meer te zitten of door een boottocht op het meer te maken. De boten vertrekken van verschillende plaatsen: in het Zhongshan-park, in het park dicht bij de stad en in het Huagang-park in de zuidwesthoek van het meer. Deze boten varen naar de eilandjes waarop het nodige is te zien.
Drie Pagoden die de Maan Weerspiegelen
Het eiland Drie Pagoden die de Maan Weerspiegelen (ook wel Eiland van de Kleine Oceanen genoemd) is het grootste van de drie, door mensen gemaakte, eilanden in het buitenmeer. Het werd in 1607 met modder van de bodem van het meer gemaakt. Op dit eiland is weer een klein meertje (met veel goudvissen) gemaakt met daarin een klein eilandje. Het binnenmeertje is met bruggen en dijken met de oever van het eiland verbonden. Op de dijken van het eiland staan bomen die in de zomer schitterend in bloei staan, geflankeerd door lotusbloemen. Een zigzagbrug (1727), bestaande uit negen rechte hoeken, werd gemaakt om de waterplanten te bekijken.
Ten zuiden van het eiland rijzen drie, in de 17de eeuw herbouwde, 2 m hoge pagoden uit het meer omhoog. In 1089 liet de dichter Su Dongpo in het diepste gedeelte van het meer drie stenen pagoden plaatsen om een gebied te markeren waarbinnen het verboden was waterplanten te laten groeien, zodat het meer niet verder zou dichtslibben. Volgens een plaatselijke legende werden de pagoden geplaatst om drie diepe gedeelten van het meer, waarin zich kwade geesten zouden bevinden, af te sluiten, zodat vissersboten er ongestoord langs zouden kunnen varen. De oorspronkelijke stenen pagoden gingen verloren. Tijdens het Maanfestival en op avonden met volle maan worden de vijf openingen boven in de pagoden afgesloten met papier en worden binnenin brandende kaarsen gezet. Het flikkerlicht dat door de papieren raampjes naar buiten komt, geeft de illusie dat de maan vijftienmaal (driemaal vijf) op het meer wordt weerspiegeld.
In de zuidoostelijke hoek van het eiland ligt het Herfstmaan-op-Kalm-Meerpaviljoen, dat werd gebouwd in de Tang-dynastie om tijdens de herfst te genieten van de maan die zich weerspiegelt in het meer. In dit nu beroemde theehuis wordt deze traditie nog steeds voortgezet. In 1699 werd hier ook een paviljoen gebouwd als studievertrek voor keizer Kangxi met een uitzichtterras ervoor. Het draagt nog steeds de naam Herfstmaan-op-Kalm-Meerpaviljoen. Later liet ook keizer Qianlong er een klein paviljoen bouwen.
In de noordhoek van het eiland staat het Kraanvogelpaviljoen dat dateert van 1915. Het eerste paviljoen werd gebouwd tijdens de Yuan-dynastie (1280–1368), ter herinnering aan de dichter Lin Heqing (967–1028). Hij woonde in een hut op het eiland, toen de natuur nog haast niet door mensen was aangetast. Hij bezat pruimenbomen en zorgde met grote toewijding voor een prachtige kraanvogel. Het verhaal gaat dat de kraanvogel stierf nadat Lin Heqing doodging, en dat niet veel later ook de 300 pruimenbomen doodgingen.
Paviljoen in het Midden van het Meer en Eiland van de Berg van Ruan
Ten zuiden van het Eenzame-Heuveleiland liggen twee kleine eilandjes. Op het oostelijke eilandje staat het Paviljoen in het Midden van het Meer (1552), met een versierde stenen boog en de muren uitgesneden met mooie figuren. Van hier is er een fraai uitzicht op het meer. Het westelijke eilandje is gemaakt van slib dat zich had opgehoopt tijdens het uitdiepen van het meer. De bouw stond onder leiding van Ruan, een ambtenaar uit de Qing-dynastie. Op het eilandje staan geen gebouwen, omdat de grond te zacht is. Er is slechts een dicht in het wild groeiend bamboebos.
Eenzame-Heuveleiland
Het Eenzame-Heuveleiland in het noordwesten van het Westmeer, is door de Xilingbrug verbonden met de noordelijke en door de Bai-dijk met de oostelijke oever en de stad. Het eiland is oorspronkelijk gemaakt in de Tang-dynastie. In de 13de eeuw werden op dit eiland keizerlijke paleizen gebouwd op de Eenzame Heuvel (38 m). Van hieruit zijn de mooiste uitzichten op het meer.
Als u de Gushan-weg langs de zuidkant naar rechts volgt, komt u bij het Xiling-zegelgraveerdersgenootschap, dat aan het begin van de 20ste eeuw werd gesticht door een groep geleerden met belangstelling voor oude inscripties. Zegelinscripties uit de provincie Zhejiang zijn al eeuwen een begrip in China. Het is mogelijk de Chinese stempels te kopen en er in het Chinees de eigen naam op te laten graveren. Iets verderop ligt het kleine Zhongshan-park, met oude cipressen. Dit is een van de talrijke parken ter nagedachtenis van dr. Sun Yat-sen. Oorspronkelijk maakte het deel uit van de tuin bij het paleis van keizer Qianlong, die er verbleef als hij Hangzhou bezocht. Het Provinciaal Museum van Zhejiang (1929) dat vlak naast het park ligt, richt zich op geschiedenis, natuurwetenschappen en kunst. De belangrijkste attractie zijn de lichamen van een man en een vrouw, opgegraven uit een tombe in Xinjiang. Bij het museum behoort een kleine botanische tuin.
Graftempel van generaal Yue Fei
De graftempel van generaal Yue Fei, aan de noordwestzijde van het Westmeer, is met de Ling-Yintempel de belangrijkste tempel van Hangzhou. Het tempelcomplex (met rode muren) is gewijd aan de nagedachtenis van generaal Yue Fei (1103–1142), die China verdedigde tegen de uit het noorden opdringende Nuzhen-Tartaren.
Toen hij twintig was trad Yue Fei toe tot het leger en al snel werd hij een beroemd generaal van de Zuidelijke-Song-dynastie. De Nuzhen-Tartaren vestigden de Jin-dynastie en veroverden in 1126 de hoofdstad Kaifeng. Yue Fei versloeg ze in 1140 in een grote slag bij Yancheng in de provincie Henan. Daarna wilde hij het hele noorden veroveren. Het hof van de Song-keizers vreesde op een gegeven moment de sterkte van het leger van de generaal meer dan de Tartaren. Keizer Gao Zong beval generaal Yue Fei zich terug te trekken. In 1141 sloot de keizer een vredesverdrag met de Jin. De eerste minister van de keizer, Qin Hui, liet generaal Yue Fei arresteren en gevangennemen. Een jaar later werd de generaal in het geheim op last van Qin Hui ter dood gebracht. In 1163 werd zijn stoffelijk overschot weer ontdekt en in een tumulus begraven. Bijna 60 jaar later werd bij de plaats waar hij ter dood was gebracht een tempel voor hem gebouwd. Deze tempel, tijdens de Culturele Revolutie beschadigd, werd daarna hersteld en is sinds 1979 voor het publiek geopend. Bij de ingang van het park staan vier ijzeren standbeelden van Qin Hui, zijn vrouw en twee medeplichtigen aan de moord op generaal Yue Fei. Zij zijn in knielende houding uitgevoerd: tot in de eeuwigheid moeten zij in deze vernederende houding boeten. Vroeger plachten bezoekers op hen te spuwen of hen met stenen te bekogelen. Tegenwoordig mag dat niet meer, omdat de beelden van historisch grote waarde zijn. Een groot hek met daarop de woorden Tempel van Prins Yue geeft toegang tot een hof en het hoofdgebouw van het tempelterrein met een standbeeld van de generaal. Ten westen van het hoofdgebouw liggen achter in een klein park de grafheuvels van Yue Fei en zijn geadopteerde zoon Yue Yun (links) die tegelijk met zijn vader stierf. Een korte weg, omzoomd door stenen beelden uit de Ming-dynastie van civiele en militaire ambtenaren en dieren, leidt naar de graven.
Aan de zijkant van het parkje zijn twee gangen met 125 stenen tabletten met inscripties van historisch en literair belang; onder andere een gedicht van Yue Fei zelf, geschreven in de gevangenis, waarin hij zijn frustratie uitdrukt over het feit dat hij niet meer in staat is de indringers uit het noorden te verdrijven.
Omgeving van het West meer
Ling-Yintempel
De Ling-Yintempel (Schuilplaats van de Geesten), aan het einde van de Lingyin Lu, is het bekendste tempelcomplex van Hangzhou. De boeddhistische tempel werd in 326 n.Chr. gesticht door de uit India afkomstige monnik Wei Li. De gebouwen werden verschillende malen vernietigd (onder andere tijdens de Taiping-opstand in 1861) en weer opgebouwd. Na de Culturele Revolutie werd de tempel nogmaals gerestaureerd en in 1978 heropend. Vanaf het parkeerterrein loopt de bezoeker over een mooie weg naar de tempelgebouwen. Links van de weg is een stroompje waarachter De Piek die van Ver is komen Aanvliegen ligt, een kalksteenrots van 219 m hoog. Toen de monnik Wei Li deze rots zag, vond hij hierin zoveel gelijkenis met de heilige Grdhrakuta-piek in Centraal-India, dat hij concludeerde dat de rots naar deze plek moest zijn overgevlogen. Vandaar de naam.
De tempel bevat drie grote hallen: Hal van de Vier Hemelse Wachters, Hal van de Grote Boeddha en de nieuwste Hal van de Medicijn-Boeddha.
Hal van de Grote Boeddha
Na een grote hof met een wierookvat in het midden, komt de Hal van de Grote Boeddha, het hoofdgebouw (33,6 m hoog). Aan weerskanten staan 10de-eeuwse stenen pagoden van negen verdiepingen. In de hal staat een ruim 19 m hoog verguld kamferhouten beeld (1956) van Boeddha Sakyamuni, gezeten op een goudkleurige lotustroon (symbool van zuiverheid). Op zijn voorhoofd is een glazen bol en achter zijn hoofd een spiegel (respectievelijk de Stip en de Spiegel van de Wijsheid). De handhouding (mudra) van Sakyamuni beduidt vrede. De rechterhand en het hoofd zijn gemaakt van een minder zware houtsoort, zodat ze niet kunnen vallen. Dit is het grootste nog bestaande houten beeld van een zittende Boeddha in China.
Aan de achterzijde van de hal (naar buiten toe gekeerd) is een groep van zo’n 150 beelden, Sprookjeseiland, met in het midden Guanyin (Godin van de Barmhartigheid).
Hal van de Medicijn-Boeddha
In deze hal, daterend uit 1994, zit de Medicijn-Boeddha, aan weerskanten geflankeerd door 12 ‘generaals’ (yaksa’s), de beschermers van de 12 jaren. Elk beeld staat voor een van de 12 dieren van de Chinese dierenriem.
Voor het stroompje langs de klifrand naar de Ling-Yintempel staat een kleine stoepa, die de overblijfselen van de monnik Wei Li uit India zou bevatten. Achter de stoepa staan twee beelden uit de Yuan-dynastie (1280–1368) van Vajrapani, verdediger van het boeddhisme. Hierachter is een nieuw park met boeddhistische beelden uit de bekende boeddhistische grotten in China (Datong, Luoyang, Dazu, Dunhuang) ontstaan. De beelden hier zijn ‘verkleind’ weergegeven.
Links zijn drie grotten met 338 steengravures, beelden van boeddha’s, bodhisattva’s en andere figuren uit het boeddhisme, uitgehakt in de grotwanden en in de buitenkant van de rots. Ze dateren uit de periode van de Vijf Dynastieën (907– 960), Song-dynastie (960–1280) en Yuan-dynastie (1280–1368). Dit zijn de oudste steengravures ten zuiden van de Yangzi. Deze grotten zijn op weg naar de Ling-Yintempel te bezichtigen.
Links is ook nog het beeld van een Lachende Boeddha, in China een symbool van geluk. Een Chinees gezegde luidt: ‘Een zorgeloze geest behoort tot het gelukkige soort.’
Noordelijke Piek
Iets ten noorden van de Ling-Yintempel ligt de Noordelijke Piek (330 m). Een kabelbaantje gaat naar de top, vanwaar u een mooi uitzicht hebt over het Westmeer.
Pagode van de Zes Harmonieën
De Pagode van de Zes Harmonieën, een van de beste oriëntatiepunten van Hangzhou, staat boven op de Yuelunheuvel, op de noordelijke oever van de Qiantang. De pagode, in 970 gebouwd om Hangzhou te beschermen, moest met haar kosmische kracht de metershoge golven van het bij volle maan opkomend getij keren. Verder diende zij als vuurtoren voor het transport op de Qiantang. Op het dak werd een olielamp gebrand, als navigatielicht. De naam verwijst naar de zes gedragscodes van het boeddhisme: harmonie van het lichaam, harmonie van de spraak, harmonie van gedachten, verleiding weerstaan, het uiten van meningen weerstaan en vergaren van rijkdom weerstaan.
De binnenkant (7 verdiepingen) van de tegenwoordige achthoekige pagode (60 m hoog) is van baksteen. Hij dateert uit de 12de eeuw en moest de eerste (afgebrande) pagode vervangen. De buitenkant (13 verdiepingen) is van hout. Hij heeft sinds de 17de eeuw veel te lijden gehad en werd tussen 1893 en 1901 herbouwd. De gehele pagode werd in 1953 en 1970 gerenoveerd. Aan de acht hoeken van elk van de daken hangen samen 104 ijzeren klokken. Om van het uitzicht van bovenaf te genieten, moet u 318 treden op, maar van enkele verdiepingen lager is het uitzicht ook al de moeite waard. De pagode wordt ook wel Pagode van de Zes Punten genoemd: hemel en aarde, noord, zuid, oost, west. Vlak bij de pagode is de ruim 1 km lange brug over de Qiantang, tussen 1934 en 1937 gebouwd voor weg- en treinverkeer.
Shaoxing
Shaoxing (Voortdurende Voorspoed, 100.000 inwoners) is 64 km ten zuidoosten van Hangzhou. De oude stad, gesticht in de 5de eeuw v.Chr., heeft kanalen, stenen bruggen, nauwe straatjes en witte huizen met zwarte daken. Door het netwerk van kanalen door de stad is Shaoxing een belangrijk marktcentrum voor rijst en zijde. Tijdens de Taiping-opstand werd ook Shaoxing in 1860 voor een groot deel verwoest.
Shaoxing is onder andere bekend om de Shaoxing-rijstwijn (gestookt van rijst en gist) die een geelachtige kleur heeft en warm wordt gedronken uit kleine glaasjes. Verder is het bekend om de thee, het lakwerk en de opera.
De meeste faam geniet de stad als geboorteplaats van de schrijver Lu Xun (1881–1936), de belangrijkste Chinese schrijver van de 20ste eeuw (B p. 315). Zijn geboortehuis (Lu Xun lu 208, geopend dag. 8.30–17.30 uur) is te bezichtigen, evenals de herdenkingszaal waar zijn schrijfbureau, zijn boeken (waaronder vertalingen) en door hem gebruikte attributen zijn tentoongesteld. Tevens is er een borstbeeld van de schrijver. Lu Xun, die aan het begin van de 20ste eeuw Nederland bezocht, heeft ook het Nederlandse duinlandschap beschreven.
Vier kilometer buiten de stad ligt het mausoleum van Koning Yu. Deze legendarische koning was, zo wordt beweerd, heerser over de allereerste Chinese dynastie van de 21ste tot de 16de eeuw v.Chr. Aan hem worden de talrijke waterwegen en kanalen toegeschreven die ervoor zorgden dat dit gebied minder geplaagd werd door grote wateroverlast.
In de buurt van Shaoxing ligt het Oostmeer (do-nghú), met rotspartijen, eilandjes, een tempel en schilderachtige bruggen. U kunt er boottochtjes maken.
Mogan-gebergte
Ongeveer 50 km ten noorden van Hangzhou ligt het 800 m hoge Mogan-gebergte, te bereiken via een mooie weg langs sawa’s, dorpjes en bamboebossen. Het Mogan-gebergte is een prachtig gebied om te wandelen. Via bossen met jonge bamboeboompjes, een waterval met een paviljoen en een schilderachtige brug leidt een weg naar een hooggelegen theehuis. Onderweg zijn er schitterende uitzichten.
Qiandao-meer
In het Qiandao-meer (Duizend-Eilandenmeer, 165 km ten westen van Hangzhou) liggen 1070 grote en kleine eilanden. De oppervlakte van het meer is 580 km2. De drie belangrijkste eilandjes zijn Guihua, Mishan en Xianshan. Guihua (Osmanthusbloem) is genoemd naar de in augustus in bloei staande osmanthus, die een sterke geur heeft. Mishan (Honingbergeiland) heeft duizend jaar oude bomen. Xianshan is bekend om zijn fraaie bloemen, planten en talloze fruitbomen.
Excursie naar Huangshan
Het is mogelijk een tocht over het Qiandao-meer te maken naar de plaats Shendu (provincie Anhui) en vandaar per bus door te reizen naar de Huangshan (Gele Bergen). Deze rit (110 km) van ongeveer 2 uur voert door een mooi landschap met in de dorpjes van de provincie Anhui de karakteristieke, wit geschilderde boerenhuizen met een fraaie muurversiering en zwarte, opkrullende daken. In dit gebied worden veel inkttabletten (inktstenen) gemaakt; de fabriek staat in de nabijgelegen plaats Tunxi. Het materiaal ervoor is afkomstig van pijnbomen waarvan de stam tot as is verbrand. De as wordt met een bindmiddel gemengd en in fraaie vormen geperst, die vaak mooi worden gedecoreerd. Voor het gebruik van het inkttablet moet het inktstaafje, dat erbij wordt geleverd, met wat water over het tablet worden gewreven. Zo vormt zich de Chinese inkt en kan men met een (schrijf)penseel kalligraferen of tekenen.

