Religie
Confucianisme
Vóór de communistische revolutie, werden een aantal religieuze en filosofische systemen beoefend in China. Het Taoïsme en het Confucianisme gaven ethische richtlijnen voor het juiste gedrag van individuen en overheid ambtenaren. Beide systemen vinden hun oorsprong in China tijdens de zogenaamde Gouden Eeuw van het Chinese denken, enkele eeuwen voor het begin van de christelijke jaartelling. Het Taoïsme tracht de innerlijke vrede van individuen en de harmonie met hun omgeving te bevorderen. Het Confucianisme, gebaseerd op de leer en geschriften van de filosoof Confucius, is een ethisch systeem dat tracht de juiste manier van leven in de samenleving voor te schrijven. Elke relatie, man-vrouw, ouders-kinderen, heerser-individu - betrof een reeks verplichtingen die, indien nagevolgd, zou leiden tot een rechtvaardige en harmonieuze samenleving. Het volgen van zijn leringen zou ook een stabiele, duurzame overheid promoten.
Boeddhisme
Het boeddhisme, dat al in de 1e eeuw na Christus uit India naar China kwam, was een meer conventionele religie. Haar volgelingen woonden ongeregelde diensten bij, beoefenden rituelen, en ondersteunden een tempel op regelmatige basis. Er wordt geschat dat meer dan 68 miljoen Chinezen zichzelf nog steeds beschouwen als boeddhisten, maar het is onwaarschijnlijk dat ze de religie regelmatig in praktijk brengen. Voorafgaand aan 1949, kwamen praktijken die het beste folk godsdiensten genoemd kunnen worden in heel China voor. Hoewel ze elementen van het Boeddhisme en vooral Taoïsme bezaten waren deze godsdiensten meestal lokaal en vaak gebaseerd op de lokale goden.
Christendom
Christelijke missionarissen zijn actief in China sinds de rooms-katholieken die behoren tot de jezuïetenorde in het begin van de 17e eeuw naar China kwamen. Protestantse missionarissen verschenen voor het eerst in de vroege 19e eeuw. Alle christelijke missionarissen hadden moeite met het bekeren van de Chinezen, omdat het christendom geassocieerd werd met westerse imperialisme. Tegen 1949 waren er slechts 3 of 4 miljoen christenen in China, minder dan 1 procent van de totale bevolking. De Islam kwam vooral uit Centraal-Azië naar China waar het werd beoefend door veel van de Turkse volkeren. Tegenwoordig zijn er vermoedelijk meer dan 4 miljoen Chinese moslims. Een autonome regio, Ningxia Huizu, is aangewezen voor de islamitische aanhangers.
Communisme
De communisten ontmoedigden religieuze praktijken, die zij als anti-socialistisch zagen. Veel tempels en kerken werden gesloten en bezit genomen. Tijdens de Grote Proletarische Culturele Revolutie (of simpelweg de Culturele Revolutie), een massabeweging die officieel duurde van 1966 tot 1977 waren de omstandigheden bijzonder moeilijk en werden religieuze beoefenaars vervolgd. De situatie versoepelde na 1977. Een aantal boeddhistische tempels mochten heropenend worden en erediensten onder de Christenen werden opnieuw toegestaan. Aangenomen wordt dat maar liefst twee miljoen christenen hun geloof beoefenen in China. De Chinese overheid is terughoudend over alle religieuze activiteit, vooral als het gaat om de aandacht van het buitenland te trekken voor e.v. misstanden.
